2016 Cuba

fietsvakantie centraal Cuba 2016.

 

Algemeen over Cuba

De reis door Cuba zit er bijna op. Zoals de trouwe lezers
gewend zijn weiden we altijd een slotwoord aan onze indrukken van het land en
de mensen. Natuurlijk zijn dit onze indrukken van centraal Cuba en Havana en
kunnen de indrukken van een andere reiziger door Cuba wel anders zijn.

Allereerst de mensen, die zijn vriendelijk, behulpzaam en
spreken soms een beetje Engels. Natuurlijk willen ze aan je verdienen, gaan de
prijzen als je iets wilt kopen omhoog en proberen ze je dingen aan te smeren.
Wat opdringerig overkomt zijn mensen die voor je gaan zingen en dan geld vragen
en als je niet genoeg geeft mopperen. Bedelaars kom je ook in Cuba tegen, hier
zijn het vooral bejaarden die met een vragende blik en opgeheven hand om geld
vragen. Maar de laatste twee groepen zijn verre in de minderheid en hier hebben
we weinig last van gehad.

Het verkeer in Cuba is veilig te noemen. Er wordt rekening
gehouden met andere weggebruikers, dus ook met ons als fietsers. Ze toeteren
meestal als ze je achterop komen rijden, zo van ‘ik kom er aan pas op’. De wegen zijn redelijk goed, je moet natuurlijk
altijd verdacht zijn op kuilen en gleuven in de weg en het opgerulde asfalt
geeft bulten waar je maar beter omheen kunt rijden. Verder zijn de
spoorwegovergangen, vaak onbewaakt, beter lopend over te steken met onze
bepakte fietsen.

Cuba staat natuurlijk bekend om zijn oude Amerikaanse auto’s,
mooi om te zien, slecht voor de longen. Het is geen uitzondering dat als je
ingehaald wordt door een oude Amerikaanse truck of personen auto er even een
zwarte walm om je heen hangt(red: als je haar grijs is wordt het door de
uitlaatgassen gratis staalgrijs

Geld is hier een vreemde zaak. Het is het enige land wat
twee muntstelsels kent, die voor de mensen en die voor de toeristen. De mensen
betalen in peso, de toeristen in Cubaanse dollars of CUC. Tussen de eerste en
twee zit een factor 24. Wees echter niet verbaast dat in een winkel hetzelfde
product voor een Cubaan veel goedkoper is dan voor een toerist, er staan gewoon
twee prijzen op het kaartje. Bij de kleinere stalletjes kun je met peso
betalen, als je met CUC’s betaald krijg je het wisselgeld netjes uitgerekend
met een rekenmachine in peso’s terug. Of dat altijd klopte, we durven het niet
te zeggen. Of je kreeg gewoon wat extra fruit of pindarepen.

We hebben bijna altijd geslapen in Hostals, een soort bed en
breakfast, waarbij je in een kamer bij de mensen thuis slaapt. Soms moet je
echt door de kamer en keuken van de mensen heen om bij je eigen kamer te
komen. De kamers zijn dan totaal
verschillend, van groot tot klein, van hoog tot laag. De hygiëne van de bedden
is goed, van de kamers redelijk, er ligt hier en daar wat stof en de vloer
lijkt niet elke dag gedweild. De meesten hebben een airco soms alleen met een
fan , wat overigens ook goed gaat. Het inschrijven is elke keer weer een
ritueel, het paspoort wordt overgeschreven in een voorbedrukt schrift , je moet
beide een handtekening zetten, soms vragen ze ook om je visum. Je krijgt de
paspoorten trouwens snel weer terug.

Het landschap is afwisselend, soms verassend en soms eentonig tijdens onze reis
door centraal Cuba. De wegen zijn vaak recht toe recht aan en lopen recht door
dorpjes heen. De weg is met regelmaat glooiend en volgens ons hebben ze hier
het vals plat uitgevonden, kilometers fietsen waarbij de weg langzaam omhoog
gaat. De afdalingen zijn natuurlijk lekker maar het constant op je qui-vive
zijn op oneffenheden in de weg leidt af van de omgeving.

Met het weer hebben we het getroffen, naast hete dagen van 35
graden ook koele dagen van 20 graden. De Cubanen zelf klagen over het koude
weer, wat voor februari niet normaal schijnt te zijn. De wind heeft ons af en
toe parten gespeeld, we fietstten immers regelmatig langs de kust en daar is
altijd wel wind. Het aantal buien of buitjes is beperkt gebleven tot een stuk
of vijf, waarbij de langste 1 uur duurde.

Voor de Cubaanse keuken hoef je niet speciaal naar Cuba te
reizen. Het ontbijt bestaat uit fruit, ananas, papaja, mango, enz. in diverse
variaties, gebakken ei, plakjes stokbrood, boter, koffie, thee, warme melk en
een glas al dan niet verdunt vruchtensap.

Het warm eten is hier sober, vlees, rijst, bonen, zoete
aardappelen en dat zonder saus of jus, met altijd een bord rauwkost zoals
tomaten, komkommer, sla, kool, wortels, bietjes in allerlei variaties en natuurlijk het fruit.

Onderweg is weinig te krijgen vergeleken meer eerder reizen.
Af en toe langs de weg een stalletje waar men broodjes verkoopt met worst,
soort hamburger, groente met daarbij koffie (Cubaanse in klein kopje of beker
met 2 cm erin) en natuurlijk de lekkere pizzaatjes die je alleen in dorpjes en
steden kunt kopen. Verder is het belangrijk altijd voldoende brandstof bij je
hebben en natuurlijk ook water.

Buitenlandse restaurants zijn er alleen in Havana en dan
blijken die of Italiaans of Chinees te zijn. Voor een friet van Piet hoef je
hier niet te zijn. We hebben een aantal keren frieta op het menu zien staan maar
van die keren was het maar twee keer leverbaar, de ene keer slappe gebakken sliertjes
en de andere keer knapperig en smaakte
het goed.

De grotere plaatsen lijken erg op elkaar. Allemaal hebben ze
een centraal plein met de mooiste gebouwen eromheen en verder koloniale
woningen, waarin de mensen wonen, die uit de jaren 20 blijken te stammen. Cru
gezegd als je Trinidad en Cienfuegos hebt gezien heb je ze allemaal gezien.
Havana is een uitzondering, hier zijn veel mooie gebouwen en
bezienswaardigheden buiten de koloniale wijken buiten het centrum. Er wordt
hard gewerkt in Havana aan het opknappen van wegen en gebouwen. Maar regelmatig
zie je grote gebouwen waarvan de gevel nog staat maar verder het gebouw leeg of
ingestort is.

In het land staan veel herinneringstekens aan de diverse
onafhankelijkheids oorlogen waarmee de strijders en voorvechters met
indrukwekkende en kolossale bouwwerken worden geëerd. Elke plaats heeft wel een
museum gewijd aan de gevoerde oorlogen door de eeuwen heen.

Onze eindconclusie is dan ook dat het een fijne vakantie
was, in een heel ander land dan we gewoon waren. Maar om nu iemand aan te raden
om in Cuba te fietsen? Dat gaat ons wat te ver, dan weten we wel mooiere en
spannendere bestemmingen.

 

17 t/m 19-02-2016

Vanmorgen vroeg in het donker, het is 06:00 uur als we bij de Hostal wegfietsen, de zeven kilometer naar het busstation om naar Varadero te gaan. We hadden gereserveerd maar of de fietsen meekonden was niet zeker. Maar het bleek geen probleem te zijn. Ticket voor de fiets was 2.5 CUC, een CUC-je voor de busman en het was in kannen en kruiken. De fietsen konden onderin het bagageruim van de bus liggen met weggedraaide sturen.

De busreis ging probleemloos, leuk om de weg die we heen gefietst zijn nu in tegenovergestelde richting met te reizen. Herkenbare dingen en toch ook nog dingen die we fietsend niet gezien hebben.

Van het busstation in Vadero naar het hotel, we waren vroeg, nog geen kamer beschikbaar. Eerst maar een hapje eten en lekker in het windje op het terras zitten mensen kijken. Kamer sleutels gekregen, kamer nog niet schoon, kwamen ze gelijk doen, dit eens even bekeken, redelijk grondig. Slot kamerdeur kapot, er werd een nieuwe ingezet en daarna nog even naar de winkel voor een droogje voor morgen in het vliegtuig.

De fietsen zover klaar gemaakt dat ze in de hoezen kunnen en morgenvroeg alles opnieuw weer even inpakken want om 10:30 uur worden we opgehaald om naar het vliegveld te gaan.

En inderdaad om 10:40 uur kwam de bus voor een ritje van 30 minuten naar het vliegveld. Ingechecked, de fietsen konden niet via de band naar de bagagheverwerking dus moesten met een karretje gehaald worden. De chef zou het regelen, hem maar een kop koffie gegeven om hem nog beter te motiveren.

Eerst een uurtje vliegen naar Cancun in Mexico, daar gingen de Mexicogangers van bord en kwamen mensen van Mexico naar Amsterdam er in. Dan nog 9 uurtjes naar Schiphol.

Rustige vlucht gehad en jawel hoor bij de afwijkende bagage kwamen de fietsen netjes van de band. Fietsen monteren en met de trein naar Emmen. Bakkie gedaan bij Sas en toen naar huis.

Morgen begint om 05:00 uur het normale leven weer.

 

16-02-2016

Op weg naar de tabaksfabriek Romeo Y Julieta passeren we een
pleintje waar we kunnen internetten. We hadden de laptop meegenomen dus we
konden jullie weer de verslagen van de afgelopen drie dagen op de site zetten.
Ook kon Trijnie even met Sas whats-appen. Als we zo even één op één contact
hebben met één van de kinderen glundert Trijnie altijd, ze vindt het fijn om zo
even ‘in gesprek’ te zijn.

Terwijl Trijnie aan het communiceren is loopt er een blinde
man met zijn stok op de grond tikkend langs. Die zal het hier wel lastig hebben
met al die gaten, stoepen van verschillende hoogtes, bordesjes, pilaren, enz..
Maar hij liep probleemloos langs, daar een stuk stoep opengebroken, tikte met
stok in luchtledige, stopte, onderzocht de grote van het gat, deed paar stappen
opzij en daar ging hij weer verder. Knap werk.

Het is drukkend warm, windstil, heel ander weer dan
gisteren.

W e passeren een grote kerk, Sagrado Corazon de Jesus,
kijken binnen even naar de mooie gebrandschilderde ramen, het koepeldak en het
interieur. Het is een donkere kerk, een oude vrouw dweilt de vloer in het
middenpad terwijl gelovigen langs de beelden gaan, wat prevelen en de voeten en
of handen van het beeld aanraken.

We komen bij de sigarenfabriek Romeo Y Julieta en doen de
tour met een engels sprekende gids. Deze fabriek bestaat sinds 1902 en is
sindsdien volop in bedrijf geweest. Ze werken hier 5 dagen in de week, het
aantal uren per dag heb ik niet goed meegekregen. Eerst uitleg over de
verschillende merken sigaren die ze hier maken en de ingrediënten. Voor de
tabak hebben ze vier verschillende soorten die afhankelijk van de sigaar in een
vaste samenstelling gemengd worden. Voor het buitenblad gebruiken ze voor alle
sigaren hetzelfde soort. We gaan naar de derde verdieping waar mannen en
vrouwen bezig zijn sigaren te maken. Zittend op houten krukjes voor houten
werkbanken is met druk bezig de sigaren te maken, een proces van op maat
snijden van de buitenbladeren, vullen, persen en bijsnijden. Een vrouw die druk
bezig is pakt haar I-pod, zoekt muziek op en zet luistert naar de gekozen
nummers. Er mag hier niet gefotografeerd worden, logisch maar jammer. Een
verdieping lager worden de sigaren gesorteerd op kleur, er zijn 56
verschillende kleuren en in één doos sigaren moeten de kleuren van het
schutblad allemaal gelijk zijn.
Sigarenbandje erom, verpakken in een doos en klaar is Kees. Zo maken de
600 medewerkers elk 100 sigaren per dag.

Natuurlijk worden we gevraagd of we sigaren willen kopen, we
bedanken daarvoor maar dat is na de kosten van tour natuurlijk wel een belangrijke
bijverdienste voor hen. Als we de fabriek uitlopen worden we nog een aantal
keren door mannen op straat aangeklampt of we sigaren willen kopen.

We lopen via een deel van Havana waar we nog niet geweest
zijn richting het centrum. We komen in het industriegebied waar een dikke
schoorsteen zwarte rook uitblaast en langs de haven. Er passeert een tankwagen
met aqua met op de cabine de naam gebr. de Wilde erop. Zal wel vanuit Nederland
als tweede hands geïmporteerd zijn.

Even een cakeje eten,
wat water drinken en we besluiten de laatste drie kilometer met een oude taxi
naar het centrum te gaan. We houden een Buick tegen, onderhandelen over de
prijs en stappen na het nemen van foto’s in. Als het wegdek slecht is gaat hij
langzaam rijden en kraken en piepen de veren. We pikken een restaurantje, weer
een lange trap op en bij mensen in huis waar netjes vijf tafeltjes gedekt staan
in twee kamers. Alles wordt vers gemaakt dus het duurt een 25 minuten voor de
borden gevuld komen.

De dag is al grotendeels voorbij, nog wat boodschapjes
gedaan en op de kamer zitten lezen en puzzelen. De afgelopen drie weken hebben
we twee avonden televisie kunnen kijken, zij het Cubaanse zenders waar je
weinig van snapt. We missen het eigenlijk niet als het er niet is. Televisie
kijken is een gewoonte, je zet hem aan net als je de tablet pakt om even het
laatste nieuws te lezen. Best wel lekker zo’n periode zonder. Benieuwd of we
thuis nu ook bewuster gaan kijken.

 

15-02-2016

Vandaag willen we de tweede tour uit Lonely Planet lopen
welke meer in het centrum van de stad ligt. Dat het een wandeling van
uiteindelijk bijna 20 km zou worden konden we toen nog niet bevroeden.

Het begon bij het Museo de la Revolucion welke op maandag
gesloten is en trouwens zoals meer oude gebouwen in de steigers staat. Het
Edificio Bacardi een schitterend art deco gebouw waar je ogen tekort komt om
alle details te bekijken.

In een galerie kunst van Cubanen bekeken. Er is ‘simpele’
volkskunst, afschuwelijke volgekliederde doeken, fijne schilderijtjes die op 45
toeren plaatjes geplakt zijn en mooie collages van plakwerk en
schilderkunst. Er zaten best mooie
stukken bij.

Een beroemd hotel is de volgende halte Hotel Sevilla,
gebouwd in 1908 waar vele beroemdheden hebben geslapen. Er klink klassieke
muziek uit de Escuele National de Ballet, de school is dus nog druk in gebruik.
Trijnie krijgt ondertussen, terwijl ik niet keek, een kushandje van een man
waar we langs liepen.

En daar staat dan de trots van de Cubanen, Capitolio
Nacional, een gebouw waarmee ze in 1929 het witte huis in Washington wilden
overtreffen. Het gebouw schijnt er een kopie van te zijn maar is wel rijker
gedecoreerd. Helaas stond ook dit gebouw in de steigers en was niet te
bezoeken. Binnen in het gebouw staat het op drie na grootste standbeeld dat in
een gebouw staat ter wereld. Of het mooier is dan het witte huis? Geen idee,
het witte huis nog nooit in het echt gezien.

Even een ijsje en Congrejito’s eten. Het laatste zijn
deegwormen die gevuld zijn met een soort jam.

En dan de Real Fabrica de Tabacos Partagas, een
tabaksfabriek die we bezoeken willen. We komen er, net als veel andere
toeristen aan, bleek er alleen een winkeltje te zijn en was de fabriek
gesloten. Even rondgesnuffeld, een foto van een foto van een oude vrouw met een
mega sigaar genomen, de vrouw is een beroemdheid in Cuba, haar naam niet kunnen
ontcijferen. We moeten als we een tabaks
fabriek willen zien naar de San Carlos nr. 516 waar de fabriek Romeo Y Julieta
gevestigd is. Dat is een wandeling van hemelsbreed 4 kilometer, besloten dit
toch maar te doen omdat een bezoek aan Cuba zonder een bezoek aan een
tabaksfabriek niet compleet is.

We kwamen aan de praat met een Canadees echtpaar dat met een
auto Cuba rondreist. Een auto huren kost inclusief verzekering en brandstof 90
euro per dag. Een fors bedrag dus.

Via via komen we bij de tabaksfabriek aan, moeten we voor de
rondleiding vouchers hebben die alleen te koop zijn bij de hotels in het
centrum van de stad. We konden dus niet naar binnen. Een domper, maar ons er
maar bij neergelegd, wat moet je anders en via een aantal caches naar de Hostal
teruggelopen.

Indrukwekkend is het Monumento a Jose Miguel Gomez waar we
dankzij een cache terecht komen. Een gigantisch Romeins aandoend monument voor
genoemde persoon. Wat je moet doen om zo’n monument te krijgen heb ik niet
helemaal voor de bril maar hij zal het verdienen.

I n een restaurant wat gegeten, Trijnie kippenpoten en ik
een beefprutje op bananen, gecompleteerd met witte rijst. Smaakte goed.

We komen door een buurt waar in de gehele straat aan auto’s
gesleuteld wordt. Er is een bedrijf waar auto onderdelen verkocht worden
gevestigd en je kunt daar dan gelijk de reparatie laten uitvoeren. De auto
eigenaren stonden er rustig bij te kijken.

We lopen langs de kustweg waar de zee weer schuimkoppend
tegen de kade aan beukt. Er duiken pelikanen in de zee op zoek naar een visje.
Het is genieten, ondanks dat we voelen dat we zo’n eind getippeld hebben.

’s Avonds nog even naar hotel Zaratoga gelopen voor tickets
voor de tabaksfabriek zodat we morgenvroeg direct naar Remeo Y Julieta kunnen
lopen. De dag is voorbij. Morgen weer verder.

 

14-02-2016

Vanmorgen gaan we een rondwandeling maken door een deel van
Havanna aan de hand van een tour uit onze Lonely Planet. Een reisboek dat een
echte aanrader is als je een land bezoekt.

Even een Mercadio, supermarkt, ingeschoten, glazen
toonbanken waarin de artikelen die te koop zijn uitgestald liggen, je loopt er
langs, wijst aan wat je nodig hebt en ze pakken het voor je. Alleen de
drankflessen en het niet alcoholische drinken staan al dan niet gekoeld in
tegen de muren aan. Terwijl we ook Mercadio’s bezocht hebben waar we langs de
schappen zoals bij ons kunnen lopen. Het aanbod
is beperkt, soms zijn dingen er gewoon niet. Komt ook in restaurants
voor, wil je wat bestellen, helaas is het er die dag niet.

We lopen voor het Museo de la Revolucion waar een tank staat
waarmee Fidel Castro in april 1961 op het Amerikaanse oorlogsschip Houston
geschoten heeft in de Varkensbaai. Ook is er een stuk je stadsmuur bewaard
gebleven die in vroeger jaren rondom de binnenste kern van havanna gelopen zal
hebben.

We lopen naar het begin van de route en het valt ons op dat
waar we in andere steden tijdens het wandelen moesten opletten niet in de
paardenpoep te trappen dit hier geld voor de hondenpoep. Veel zwerfhonden die
langs het afval struinen of in een hoekje of midden op straat liggen terwijl we
maar een enkel paard en wagen zien.

We starten op Plaza de la Catedral waar zoals de naam al
zegt een mooie kathedraal staat. Voluit heet deze Catedral de San Cristobal de
la Habana en doet van binnen Spaans aan qua beelden, schilderijen en glas in
lood ramen. Het ademt ook wel de sfeer uit van kerken die we in de Filippijnen
bezocht hebben. Deze kathedraal is men begonnen te bouwen in 1748 en heeft
totaal 39 jaar geduurd. Apart is een gebedsruimte in de kerk, afgescheiden door
deuren met glas waarop een bord hangt met vrij vertaald: “toeristen laat dit
geen onderdeel van uw tour zijn, betreedt deze ruimte met respect omdat hier
mensen bidden”.

Een bezoek gebracht aan de kunstgalerie van Victor Manuel
waar diverse kunstenaars, waaronder Valladanes, exposeren. Naast beelden ook
schilderijen en een hoekje met mooie tiffany lampen waar ma Waasdorp graag eens
even tussen zou willen neuzen. We hebben
de beurs gesloten kunnen houden.

Op de Plaza de Armas was een heuse tweedehands boekenmarkt.
Kramen met boeken, posters en oude
snuisterijen (speldjes, sieraden, doosjes, munten,enz.). Veel van de
boeken gaan over Fidel en Che, er zijn zelfs stripboeken van hun strijd tegen
Batista. De Amerikaanse bladen zijn allemaal van voor 1960 toen deze blijkbaar
in Cuba nog gewoon te verkrijgen waren. Apart is het wegdek voor de Museo de
Ciudad, kijk eens roept Trijnie: houten stenen(red: errug mooi .. houten
waaltjes.) En inderdaad in de straat liggen houten blokken in steen formaat,
sleets en op sommige plekken kapot. Apart gezicht, de voorloper van onze houten
vloeren?

Even een bakkie pakken, zittend op het terras, busladingen
toeristen met hun gids die een bordje of paraplu omhoog houden, alle
nationaliteiten, veel foto’s die genomen worden. Op Plaza de San Francisco de
Asis staan katten die beschilderd zijn door bekende Cubanen en ons sterk doen
denken aan de olifanten die her en der in Emmen hebben gestaan. Er is een
karretje waar ze ijs verkopen, en jawel hoor
Trijnie begon glazig te kijken, kokosijs in een halve kokosnoot. Op de trap van een bordes lekker zitten
oplepelen en naar de mensen kijken. Wat een straf is het op reis zijn toch.

We komen langs de wagon die vanaf 1912 in gebruik is geweest
als presidentieel rijtuig. Het is een heus paleis op wielen waarbij de lucht in
de wagon gekoeld werd met droog ijs.

Nadat we de wandeltour beëindigd hebben lopen we richting de
baai om over de boulevard naar onze slaapplek terug te lopen. En wie komen ons
daar te gemoet lopen: het echtpaar waarmee we een stuk vanuit Varadero hebben
opgefietst. Nu wat beter kennis gemaakt met Klaas en Anneke uit Joure, een
echtpaar, paar jaartjes ouder dan ons en die ook al veel van de wereld vanaf
een fietszadel gezien hebben. Leuk om de gemeenschappelijke dingen bij elkaar
te herkennen, tips uit te wisselen en tenslotte de e-mailadressen
uitgewisseld. Zij vliegen morgen terug
naar Nederland.

Wij zijn wat gaan eten bij een verborgen restaurantje. Het
is dat er iemand met een menukaart buiten stond anders hadden we
restaurant-paladar Torresson niet gevonden. We moesten twee trappen op en zaten
even later met uitzicht op de boulevard aan een tafeltje te eten. Echt een
complete maaltijd, brood-soep-rauwkost-rijst met bonen-kip-zoete aardappelen en
drinken, voor 12 CUC samen. Iets om te onthouden voor een volgende avond.

Het is vandaag Valentijnsdag, de dag dat meisjesharten
gebroken worden of juist sneller gaan kloppen. Op de boulevard veel jongeren
hand in hand, het meisje met een Valentijnskadootje of bloem, elkaar af en toe
kusjes gevend (red: Gerard en ik werden toegezongen..amor amor..enz..natuurlijk
gevolgd door pet waar geld in moest. Wij zeiden dat we broer en zus waren, maar
het hielp niets ..)

 

13-02-2016

Vanmorgen het thuisfront even willen sms’en, bereik viel
steeds weg, uiteindelijk toch gelukt. Vreemd in zo’n stad van ruim 2.4 miljoen
inwoners. Of zal Cubacel, het lokale telecombedrijf westerse providers het
moeilijk maken? We hadden tot hier geen enkel probleem gehad met het versturen
van sms’jes.

Vanmorgen eerst zeven kilometer naar het busstation van Viazul
gefietst om tickets te reserveren voor woensdag naar Varadero. Trijnie werd van
het kastje naar de muur gestuurd, moest eerst beneden zijn bij een loket, toen
boven en toen toch weer beneden. Met veel geduld en het boekje Spaans voor op
reis is het haar uiteindelijk gelukt. Tenminste: we hebben een reservering voor
twee personen met de bus van 07:30 uur en of de fietsen dan meekunnen is maar
de vraag. We zullen er minimaal één uur eerder moeten zijn om kans te maken.
Maar dat is voor woensdag, eerst de komende dagen de stad maar eens verkennen.

Ik stond buiten bij de fietsen te wachten en de toeristen
die uit de bussen kwamen werden belaagd door chauffeurs om ze in een taxi weg te brengen. Er werd
gepingeld, voet bij stuk gehouden en genegeerd. Sommige toeristen voelden zich
er duidelijk onprettig bij, welkom in de wereld die reizen in verre oorden
heet.

Er kwamen twee vrouwen aangefietst, wilden met hun fiets in
de bus naar Cienfuego om van daaruit te gaan fietsen. Ze waren gisteren aangekomen en wat tips
gegeven aangaande voldoende drinken en eten inslaan omdat er weinig te koop is
onderweg. Benieuwd of ze met de bus meekonden, was bij ons vertrek nog lang
niet zeker.

Het busstation is tegenover de Parque Zoologica Nacional
oftewel de Zoo. We hadden ons na bezoeken aan de dierentuinen in Suriname en
Indonesië voorgenomen om nooit meer dierentuinen te bezoeken als we op vakantie
in den verre zijn, en daar hebben we ons nu ook aan gehouden. Betonnen bakken,
kleine en verwaarloosde dieren, het is ons een gruwel, vandaar.

Een beeld van Antonio Maceo op een hoge marmeren voet valt
van verre op. Deze oorlogsheld uit eind 19de eeuw word in elke
plaats wel geëerd met een beeld of straatnaam. Net als Jose Marti, iemand die zich in de
jaren ervoor tegen de koloniale overheersing van de Spanjaarden heeft ingezet
wordt overal geeerd, meestal met een borstbeeld maar ook veel parken zijn naar
hem vernoemd. Men heeft hier duidelijk respect voor degenen die zich verzet
hebben tegen de overheersers, of het nu in de 18de, 19de
of 20ste eeuw was. Hoeveel naamplaten van gevallen strijders tijdens
de staatsgreep van Castro en de zijne we onderweg gezien hebben, honderden
moeten het er geweest zijn.

Vanuit het busstation naar Necropolis Cristobal Colon, een
begraafplaats in de buitenwijk Vedado, zeg maar rustig een ministad van
graniet. Het heeft genummerde straatnamen en er liggen ruim één miljoen mensen
begraven. Het is in gebruik vanaf 1868 er liggen voor Cubanen veel bekende
mensen begraven. Daarnaast is er een monument voor alle omgekomen
brandweermensen, honkbalspelers, medische studenten en veteranen van de diverse
oorlogen. Een van de onderhoudsmensen bracht ons bij het graf van Ferrer Diaz,
de componist en vertolker van het bekende lied ‘Quantanomerio’. Heel wat foto’s
genomen om de indruk die het gaf vast te leggen. Het is echt gigantisch.

In haar ooghoek zag Trijnie toen we op weg waren naar het Lennonpark,
ja die Beatle, iemand lopen met iets wat haar lekker leek. Remmen en Trijnie
poolshoogte nemen. Bleken Churro’s te zijn, een rolletje van een dikkere wafel
welke volgespoten word met chocolade, was lekker en even wat anders. Ja er is,
ook tot onze verbazing, een Lennon park met op een bank zittend een levensgroot
goed gelijkend bronzen beeld van John inclusief jaren 60 bril. Natuurlijk er
even naast gaan zitten voor de foto, zoals alle toeristen die massaal met
bussen of oude auto’s worden aangevoerd(red: Gerard natuurlijk op de foto, ik
niet als RollingStonesfan! Haha) Het is een soort Abbeys Road van London voor
de Beatle fans. In een pand naast het park is een kroeg met de naam Amarillo Submarine,
Yellow Submarine” en foto’s van de Beatles.

We fietsen verder rond en komen in de buitenwijk Miramar
terecht bij Parque Ecologico Monte Baretto wat een soort dolfinarium lijkt te
zijn. Langs een prachtige neogotische
kerk met de naam Iglesia de Jesus de Mirimar. Op de terugweg komen we door een
buurt waar allemaal ambassades zitten. Overal politie, in hokjes voor de
poorten en op de hoeken van straten in wachthuisjes. We rijden een weg in waar
blijkbaar geen fietsers mogen rijden, er wordt ons al iets toegeroepen vanuit
een passerende auto maar een politieagent wijst ons resoluut dat we van de weg
moeten. De weg gaat even later door een tunnel onder een rivier door die wij
even verderop via een brug moeten oversteken.

Weer op weg naar de Hostal waar we moe maar voldaan
aankomen. We hebben een goed beeld gekregen
van de buitenwijken van Havanna waar straten met mooie huizen en lanen met
bomen afgewisseld worden door oude straten met slecht wegdek en huizen met
minimaal achterstallig onderhoud. Maar we hebben pas een klein deel gezien, we
gaan morgen verder op pad door de stad.

 

12-02-2016

Vanmorgen met droge broodjes en een soort Yogidrank als
ontbijt op weg naar Havanna, of Habana zoals ze hier schrijven en zeggen. Het
is een kilometer of dertig dus we hebben alle tijd om daar te komen en
overnachting te zoeken.

Eerst Guenabo via allerlei straatjes uit gefietst naar de
Via Blanca om vandaar uit richting Havanna te gaan. Eerste stuk gaat wat op en
neer en op een gegeven moment van de grote weg afgegaan om via dorpjes naar
Casablanca te gaan waar we door een tunnel moeten. We moeten toch nog een stuk
grote weg nemen die nu de Via Monumental heet. Voor we daar op kunnen komen
zouden we een wirwar van wegen moeten volgen maar in de grasvelden tussen deze
wegen lopen wandelpaden zodat we die maar nemen. Een aantal keren goed uitkijken
voor het verkeer maar zonder problemen komen we op de goede weg. Dan de weg die
de GPS aangeeft volgen en we komen er. We willen eigenlijk met de veerpont gaan
maar een man in uniform houdt ons tegen en zegt begrijpen wij dat we niet op de
veerpont mogen met de fiets. Er rijd hier nu een cyclo-omnibus waar we met de fietsen in moeten om door de
tunnel onder de Bahai de La Habana te gaan. We worden door een verkeersregelaar
op de bus gewezen, deze is vol met brommers en scooters. Dus maar wachten aan
de kant van de tunnel in de hoop dat er een cyclobus met plaats voor ons komt.
Plotseling een fluitje en een hoop gewenk. Er is een cyclobus met ruimte die de
andere kant opgaat. Maar de bus rijdt rondjes en gaat op de terug weg door de
tunnel. De fietsen met bagage en al in de bus getild, zwaar maar het lukte met
wat hulp en we staan de fietsen in bedwang houdend in de bus. Vooral in de
bochten is dat lastig. Bij het eindpunt verlaten alle brommers en hun
bestuurders de bus en is hij leeg. Bij dit stoppunt is een bordes met een
afrijplaat. Waar wij opgestapt zijn was dus geen officiële stopplaats.

We kunnen gaan zitten met de fietsen voor ons in bedwang
houdend en er komen meer brommers naar binnen, maar wij zitten goed. De vijf
minuten door de tunnel waren zo voorbij en bij de eerste halte, bij Parque
Martires del 71, de fietsen via het bordes uit de bus gereden. We zijn in
Havanna. We pikken een terrasje om ons verder te oriënteren op de overnachting mogelijkheden. Het is nog vroeg,
12:30 uur dus we hebben alle tijd. Van
het ene naar de ander hotel, alles volgeboekt, prijzen variëren van 170 tot 300
CUC. Best prijzig dus daar in het centrum. Overnachting gevonden bij Arsenio en
Mr.Ruben, een Hostal aan de Consulado 873 tegen het centrum van Havanna aan.
Kosten 60 CUC, voor een ruime kamer, een goede douche en een betonnen balk op
schedel hoogte die door de kamer loopt. Benieuwd of we onze hoofden nog stoten
de komende dagen.

Na ons gesetteld te hebben de stad in. Wat een grote oude
gebouwen en oude Amerikaanse auto’s rijden hier. We zijn richting Chinatown
gelopen om een hapje te eten bij El Tiempo, een chinees restaurant. In het
restaurant een groot scherm waar videoclips vertoont worden van Cubaanse
popartiesten. Ook hangen er oude radio’s en wandklokken in houten kasten,
lijken wel wat op die bij ons uit de jaren 30, en de bediening is goed. We
moesten alleen even opzoeken wat rijst in het Spaans was want dat moesten we
als side order bij het eten bestellen.

De begroetingskus is hier anders dan in de rest van Cuba. De
wangen worden tegen elkaar gedrukt en er wordt zonder van wang te wisselen
driemaal in de lucht een kus geluidje gesmakt. Apart maar leuk om te horen, de
ene maakt ander geluid dan de andere.

Tussendoor nog een huiscache opgehaald, werden vriendelijk
binnen gelaten, moesten op de bank zitten en we kregen een doosje dat we open
moesten schuiven. Dat lukte niet en pas toen de bewoonster van het huis het
voordeed snapten we de werking en lukte het ons ook.

En nu weer op de kamer om plannen te maken voor morgen en de
komende dagen. Maar dat weer voor morgen.

 

11-02-2016

Vanmorgen eerst Matanzas maar uit zien te komen. Verderop
een grote brug over de Rio San Juan naar de weg richting Havanna. We weten niet
hoever we komen vandaag maar we willen zo dicht mogelijk bij Havanna een
slaapplek zoeken. Eerst maar eens voelen hoe de benen, de weg en de wind is.
Het is een zeewind, de temperatuur is nog veel te laag voor de tijd van het
jaar en het is wisselend bewolkt.

Toen we de stad uit waren moesten we gelijk klimmen. Over
een afstand van 3 kilometer zo’n 150 meter omhoog. Pittig met de benen nog niet
soepel gedraaid maar we zijn er gekomen. Het voordeel van klimmen is echter dat
je mooie uitzichten hebt en ook weer dalen kan.

We rijden weer over de Via Blanca, de grote weg, maar er is
niet veel verkeer en hele mooie uitzichten in de Valle del Yummuri links en de
zee rechts.

Er kwam wat later bleek een Zweed ons tegemoet rijden toen
wij pauze hielden. Zijn plan is om in zijn eentje langs de hele kust van Cuba
rond te fietsen en wild te kamperen op het strand. Hij was net onderweg vanuit
Havanna en verbaasde zich erover dat er zo weinig winkeltjes langs de weg
waren. We vertelden dat dit verderop nog minder zou zijn, wat hij ter harte
nam. Hij gaat ook zelf koken, leuk zitten praten en elkaar een goede en veilige
reis gewenst.

De weg blijft tot glooien en het fietsen gaat goed. Trijnie
klaagt(red: nou ja zeg! Ik meldde het alleen maar even…haha.) erover dat haar
borsten drijven in het zoute zweet, haar beha blijkt deels wit uitgeslagen te
zijn van het zout. Bij Arcos de Canesi van de grote weg af om te kijken of we
nog twee caches konden scoren. Een smalle rustige weg, ook glooiend en mooi om
te fietsen. Voor één cache moesten we een heuvel beklimmen. De fietsen in
bewaring gegeven bij de lokale kapper en de bult op gelopen met wat te eten en
drinken in de rugzak. Natuurlijk hadden we onze portemonnees en reisbescheiden
met ons mee genomen. Van een oud vrouwtje wat stukken kokos gekocht, konden er
niet wijs uit worden wat het koste dus haar maar wat geld gegeven. Ze vond het
voldoende. Leuke wandeling over smal paadje, het hek dat de koeien binnen moet
houden werd voor ons open gedaan. Service. Na later bleek was hier een camping
waar regelmatig buitenlanders kwamen kamperen. Aan het eind van de klim een
mooi uitzicht over de zee, met onder ons een resort met huisjes en zwembad.
Toen we weer terug kwamen stonden onze fietsen er nog netjes, het oppassen door
de kapper was gratis en konden we weer verder. Het oude vrouwtje kwam met een
paarse orchidee die ze aan Trijnie gaf. Waarschijnlijk hadden we meer dan
voldoende betaalt voor de kokos.

Langs deze weg liggen diverse resorts en vakantiehuizen, de
meeste alleen bedoelt voor de Cubaanse vakantiegangers. De wind blaast ons nu
in de rug maar de temperatuur blijft aan de lage kant, 23 graden, lekker om te
fietsen(red: Bij ons voelt 23 heerlijk,maar hier voelt dat anders! Raar maar
echt waar) Om de Via Blanca weer op te komen moesten we een talud beklimmen. Er
liep al een paadje dus we waren vast niet de eerste die dit deden. En nu
moesten we kiezen, of een slaapplaats zoeken in Jabicoa Pueblo of nog 30
kilometer door. Het is 13:00 uur, de volgende grotere plaats Guanabo is 30
kilometer verder en of er tussendoor nog overnachting mogelijkheden waren
wisten we niet zeker. We gaan ervoor.

De weg blijft nu vlak en we rijden langs de rumfabriek in
Sante Cruz del Norte en de olieraffinaderijen in Baco de Jaruco waar nog andere
industrie gevestigd is die door hun reuk aanwezig zijn(red: Je zou alleen van
de geur al dronken kunnen worden) We
komen twee wielrenners tegen. Cubanen die vragen of we met ze mee fietsen naar
Havanna. Voor de eer bedankt, ze rijden zo’n 5 km per uur harder dan wij.
Uiteindelijk komen we in Guanabo aan een middelgrote stad waar we overnachting
zoeken. We worden op een gegeven ogenblik door een lokale jongen naar een
overnachtingsplek gebracht die geen naam heeft. Maar we hebben een slaapkamer
met goed bed, een aparte zitkamer en een keukentje. Ontbijt zit er niet bij,
prijs 25 CUC.

We moeten onze fietsen van de eigenaar op de kamer zetten,
dus een trap op van 15 treden. Er wordt hier veel gestolen. Hij vertelde het
verhaal van iemand met een motor die hem met 5 kettingsloten had afgesloten.
Toen hij ’s morgens weg wilde en de 5 kettingsloten had verwijderd zat er een
nog 6de om. Verbaast liep hij naar binnen om een ijzerzaag te halen.
Toen hij terugkwam was de motor verdwenen. Het 6de slot was door het
dievengilde geplaatst.

Nu eerst maar een basisontbijtje voor morgenvroeg gekocht.
Daarna pizza gegeten, een echte met zo’n 35 cm in doorsnee die lekker smaakt.
En nu slapen en morgen in de drukte van Havanna een overnachting zoeken.

 

10-02-2016

Het is wisselend
bewolkt, koel en er komt een stevige wind vanaf zee. Benieuwd hoe we
onderweg de wind ervaren, tegen wind is niet prettig maar we zullen toch die
kant op moeten langs de kust.

Als we Varadero uitgaan komt
een ander Nederlands echtpaar ons achterop. We fietsen een stuk samen,
wisselen zaken over de vakantie uit en als we besluiten een break te nemen gaan
zij verder. Zij hebben een stuk in het westen van Cuba gefietst, hebben ook
stuk centraal Cuba gefietst (net als wij) en zijn op weg naar Havanna om
maandag weer naar huis te vliegen.

We fietsen langs de kust over deVia Blanca, een grote weg,
en door de stevige wind spatten er schuimkoppen tegen de rotskust waardoor af
en toe een nevel van zeewater over ons sproeit. We hebben zijwind en zien af en
toe pelikanen de zee in duiken, vleugels ingetrokken om een visje te
verschalken. Mooi gezicht.

Het begint te regenen, niet hard maar toch voldoende om onze
regenjasjes aan te trekken.

We worden bij Carbonera van de grote doorgaande weg
afgeleidt, er geldt ineens een verbod op het fietsen over de Via Blanca, en
rijden nu op een secundaire weg, wat de oude weg naar Varadero blijkt te zijn,
en nog steeds langs de kust. We passeren Playa Coral, een strandje met
accommodatie dat de beste tijd gehad heeft, van waaruit je kunt snorkelen. Er
komen ons tot vier maal toe groepen van ongeveer acht Suzuki’s tegemoet. Allemaal zelfde type,
soort terreinwagens, waarin allemaal toeristen lijken te zitten. Zullen wel een
rondrit maken in gehuurde auto’s, waarschijnlijk is het één groep die naar
Varadero rijdt.

“Hello” horen we achter ons. Twee jongeren, meisje en
jongen, uit het hotel rijden ons
achterop en we stoppen om even te praten. Zij hebben hun racefietsen meegenomen
vanuit Canada, zijn er één week in totaal en maken vanuit Varadero rondritten.

Als we een volgende break maken zien we een kolibrie bij een
bloem fladderen en met zijn tong nectar uit een bloem zuigen. Fascinerend
gezicht. Het lijken wel grotere vlinders of hommels, zo klein zijn ze. Deze
lijkt helemaal zwart te zijn.

We gaan de Via Blanca weer op voor de laatste 8 kilometer
naar onze eindbestemming Matanzas.

We rijden langs een plek waar mensen met telefoons en
laptops zitten, een wifi punt van het telecom bedrijf Esteca. We besluiten
jullie weer op de hoogte te brengen van onze belevenissen en stoppen om vier dagen reisverslagen op de
site te zetten. Helaas lukt het niet ook foto’s bij te leveren, duurt te lang.

We fietsen naar Hostal Mi Casita del Medio in Matanzas waar
ze een kamer voor ons hebben. Vakantiegangers die 10 minuten na ons komen
vangen bot, ze zitten vol. Maar het prettige is dat er dan gebeld gaat worden
en je vanaf dit Hostal naar een ander Hostal gebracht wordt. Zo hoef je dus
niet eindeloos te zoeken. We hebben trouwens een nieuw huisnummerrecord
gevestigd, nooit zaten we op een plek met huisnummer 29215. Ach het is maar wat
je belangrijk vind.

Matanzas is de provinciehoofdstad van de gelijknamige
provincie Matanzas eh heeft rond de 130.000 inwoners. Het ligt aan een baai met
de logische naam Bahia de Matanzas. Naast het centrale park, dat elke plaats
heeft hier heet het Parque Libertad waaromheen de meeste monumentale gebouwen
staan, zijn hier andersoortige winkels. Vooral Calle 85, waar onze Hostal aan
ligt is een ‘winkelstraat’. Veel winkels natuurlijk in of aangrenzend aan de
woonkamer alwaar oa schoenen, lappen stof, souvenirs, dvd’s en cd’s,
bruidskleding en schilderijen verkocht worden. Er zijn hier ook grotere
speciaalzaken waar ze kleding, meubels, lampen, huishoudelijke artikelen, enz.
te koop zijn.

Langs de rivier Rio San Juan een poosje zitten kijken bij
vissers. Nylon snoer gewikkeld op een houten klos, een moer diende als gewicht,
boven het hoofd slingeren en inwerpen. Ze hadden nog niets gevangen en verkasten
naar, nemen we aan, een betere stek.

Op de Plaza de la Vigia zitten kijken bij het tafelspel van
Cuba, domino. Vier mannen, een houten plaat op de knieën, elk tien stenen en
dan maar kijken wie het eerst alle stenen kwijt is. Als men een steen kwijt kan
wordt die of nonchalant over de tafel geschoven of met een harde knal op zijn
plek gelegd. De score wordt met krijt naast de speler op de plaat geschreven.
Het gaat er soms rumoerig aan toe, maar dat schijnt zo te horen.

De huizen zijn eender als in alle plaatsen, vaak
verwaarloosd, soms opgeknapt, met traliewerk voor de ramen, voordeuren open
zodat je zo de kamer in kunt kijken. Als er afval in plastic zakken bij de
straat staan zijn die vaak opengescheurd door honden en katten die er wat
eetbaars uit proberen te halen. Langs de weg stroomt er vaak water door de
goten. Er is dan ergens een waterleiding lek, waaruit het water door het wegdek
naar buiten stroomt en dat geeft een riviertje naar het laagste punt. Meestal
zijn de goten aan de wegkant net als bij ons, maar er zijn ook plekken waar
deze 80 cm. breed is en of loodrecht of schuin zo’n 50 cm. diep zijn. Daar moet
je niet met auto, brommer of fiets in terecht komen.

Vanavond eten we vis in het Hostal, de rauwkost is al
gesneden en het begint al lekker te ruiken. Zal wel smullen worden.

We zitten nu nog zo’n 100 km. Van Havanna waar we in twee
etappes vrijdagmiddag hopen aan te komen.

 

10-02-2016

fietsen langs internetspot van Etecsa, maar even gestopt op jullie op de hoogte te brengen.

Hier alles OK, nu bij Mantanzas, komende dagen naar Havanna.

Kusjes van ons.

09-02-2016

Toen we gisteren in Varadero aankwamen hadden we beide het
idee dat de vakantie erop zat. Maar we hebben nog een dikke week dus we kunnen
nog volop genieten.

All in, een belevenis die niet echt bij ons past. We eten
hier buffet wijze, zowel ontbijt, lunch als diner, aanbod is goed, kwaliteit is
redelijk. Er zijn hier veel Canadezen, horen dus Frans en Engels spreken. Veel
van hen zijn hier 14 dagen, zitten bij het zwembad of op het hotelstrandje. Het
weer is slecht klaagde een vrouw, komt hier voor zevende keer, normaal in deze
periode veel zon en hoge temperatuur. Ook staat er een harde wind van zee. Ze
balen maar lopen af en toe door de stad, langs het strand of gaan ergens met
paard en wagen naartoe. Als wij hier 14 dagen zouden zitten werden we na 3
dagen al onrustig van het gehang en kwamen we elk 10 kilo aan. Voor twee dagen
is het wel lekker maar we hebben de wetenschap dat we morgen weer op de fiets
kunnen. Maar ja ieder zijn meug.

Vanmorgen eerst de andere kant van Varaderop verkend op de
fiets. Santa Martha was het doel want daar liggen een aantal caches die we doen
willen. Twee ervan zijn casa caches, een doosje bij mensen in huis. Eerst bij
Charlie langs, we stopten voor zijn huis en hij stond op zijn balkon. Hij
spreekt goed Engels en vond het leuk dat we langs kwamen. We praten wat over het weer en waar we
vandaan komen. De weersvoorspellingen zijn voor morgen gelijk aan die van
vandaag maar misschien gaat de wind draaien ten gunste van ons. Maar dat wist
hij niet zeker. Cubanen en het weer is anders dan wat wij Nederlanders met
buienradar of wetteronline hebben. We kijken even en we zien wat het mogelijk
gaat doen met het weer. Hier kan het ze minder schelen geloof ik, het komt
zoals het komt. En dat is natuurlijk zo. Bij de tweede casa moesten we Rosalia
roepen, het bleef even stil maar ook zij was thuis. Er werden twee
schommelstoelen voor ons uit de kamer gehaald en al schommelend een praatje
gemaakt. De cache was door haar zoon in Duitsland bij haar huis neergelegd. Ook
hier kwam een doos tevoorschijn.

En daar stond hij dan
een kever. Er zat een vrouw in en we vroegen of we een foto mochten nemen.
Natuurlijk mocht dat. Haar man kwam ook naar buiten en vol trots vertelde hij
dat de Kever van 1959 was en dat hij het de beste auto ooit vindt. Zullen Sas
en Renee vast beamen.

Van daaruit naar Josone Park in het centrum van Varadero
gelegen. Dit park heeft mooie wandelpaden, een vijver en diverse
boogbruggetjes. Je kunt er rondvaren in bootjes en het is er druk met toeristen
en Cubaanse stelletjes.

Iemand hoorde ons Nederlands praten en kwam naar ons toe.
Bleek een Canadees te zijn wiens ouders in 1951 vanuit Dokkum naar Canada
geëmigreerd waren. Gezellig staan praten, hij heet Brandsma van zijn
achternaam. Was nieuwsgierig waar wij vandaan kwamen en vroeg wat we in Cuba
deden. Leuk gesprek en toch wel fijn om even Nederlands te kunnen praten.

We hebben met onze Visa kaart CUC’s gepind, 1ste
keer dat dat kon, en hebben dus weer wat te verteren. Normaal moet je geld bij
de bank wisselen maar ook hier zijn ze de toeristen ter wille. Met je overige
bankkaarten, Maestro, kun je hier niets beginnen. Het is dus of wisselen of Visa pinnen in
toeristische steden.

Vanmiddag Varadero ingelopen op zoek naar een internetplek
van Etesca, is er dus niet. Ook wat souvenirwinkeltjes bekeken, zoals altijd in
een toeristische plek tientallen kraampjes met hetzelfde. Zitten best wel leuke
dingen bij maar we moeten nog fietsen.

Wat gedronken bij het zwembead, uit de wind is het te doen.
Want het is weer koud. Een aantal die hards zit met lange broeken en vesten aan
langs het zwembad, de wind is koud en er is geen zon. Er komt een jong gezin
met twee kindertjes aangelopen, zwempakjes aan, strandbal mee. Gaan onverricht
ter zake weer terug, sneu.

 

08-02-2016

Vandaag weer op tijd op stap om richting Varadero te gaan.
Het hangt af van hoe het fietsen gaat en wat het weer doet hoever we gaan.

Het is koud vanmorgen, frisio zeggen de Cubanen. Met 15
graden hebben we onze overhemden en windjacks aan. Er staat geen wind en dat is
wel gunstig. De Cubanen hebben lange broeken aan, sommige mutsen en een kind
heeft een deken omgeslagen en is op weg naar school. Vandaag rijden we een
mooie route waarop veel te zien is. Naast dorpjes die we doorkruisen wordt er
ook gewerkt op de citrus plantages. Mannen met gifspuiten op hun rug lopen
langs de bomen om het onkruid en de insecten te verdelgen. We zien hier en daar
nog vruchten aan de bomen hangen, het lijkt erop dat de oogst pas binnengehaald
is. Ook zijn er stukken ontgonnen waarop jonge boompjes geplant zijn. Er liggen
zwarte slangen op de grond waaruit de boompjes voorzien kunnen worden van het
benodigde water. We hebben de voeten en benen koud dus een stukje lopen geeft
weer warmere voeten. Al met al kouder dan we verwacht hebben. Het is sneu voor
de mensen die hier op strandvakantie komen, het lijkt ons niet lekker bij de
zee.

Trijnie ziet een paard en wagen waarop mensen vervoerd
worden en in de verte een grote toeristenbus aankomen. Die moet even achter de
paard en wagen blijven en scheurt er dan omheen. Wat eeuwen een normaal beeld
is en de moderne invloed, stilstand en vooruitgang. Hoelang zal het beeld van
de paard en wagen nog blijven als de grenzen voor de Amerikanen naar Cuba
opengaan en er een grote stroom Amerikanen komt die natuurlijk ook weer bussen
nodig hebben.

We rijden La Isabel binnen en drinken bij een kraampje verse
ananassap, koel en verfrissend. Ook hier klaagt de uitbaatster over de kou, ze
heeft sokken aan in haar slippers. Toch is de temperatuur gestegen naar 17
graden, het is dan 09:01 uur.

De weg wordt wat drukker terwijl we velden met groente,
bananenbomen en citrusvruchten zien.

Er staan tussen de plantages grotere gebouwen,
waarschijnlijk voor overnachting van de arbeiders in het plukseizoen en voor de
verwerking en opslag van de vruchten. Ze verschijnen om de paar kilometer op
ons netvlies. We pauzeren bij een bushalte en bekijken eens wanneer mensen een
vervoermiddel nemen. Echt snappen doen we het niet. Er is geen tijdschema, men komt
aanlopen en wacht. Er rijden lokale bussen voorbij die niet stoppen, er rijden
voor personenvervoer omgebouwde vrachtwagens voorbij die als de mensen hun hand
opsteken stoppen of als ze vol zijn doorrijden, en niemand stapt op een paard
en wagen. Lijkt ons een tijdrovende bezigheid, maar de mensen mopperen niet. Ze
zullen het wachten wel ingecalculeerd hebben. Een systeem lijkt er niet in te
zitten.

In Jovellanos eten we een pizzaatje. Na de bestelling haalt
de bakker twee pizzaatjes uit zijn huis, opent het deurtje van de oven en
schuift ze erin. Die oven is gemaakt van een oliedrum. Achter het onderste
deurtje brand een vuurtje van hout, achter het bovenste deurtje zitten drie
roosters. Het is er druk want de oven is steeds vol. Na 10 minuten hebben we de
pizza en hij smaakt goed. Terwijl we staan te wachten wordt Trijnie zich bewust
van de ogen van een jongen die steeds op haar gericht zijn. Van top tot teen
wordt ze bekeken, alles wat ze doet wordt nauwkeurig gadegeslagen. Wat zal er
door zijn hoofd omgaan? We weten het niet.

Wat hier in Cuba ook een lastige bezigheid is: het
oversteken van het onbewaakte spoor. Vandaag ook twee keer voorzichtig de
ergste gaten ontwijkend overgestoken. Ook de andere weggebruikers doen dit met
grote voorzichtigheid. Er is niemand die kijkt of er een trein aan komt. Wij
kijken toch elke keer even naar links en rechts voor we oversteken. En dan
volle aandacht bij de gaten en gleuven bij het spoor.

Trijnie’s fietsketting begint te kraken, heeft dus olie
nodig. Opletten of we een werkplaats voor fietsen of auto’s zien. Ja hoor, daar
is er één. Even vragen, maar wat is ketting oliën in het Spaans? Terwijl ik het
taalboekje Spaans pak om het op te zoeken wijs ik naar de ketting en beweeg
mijn hand heen en weer. Voor ik mijn bedoeling in het Spaans kon uitleggen
brabbelde de man wat en kwam hij met een blik met een restje olie en een totaal
versleten kwast. Ik zag in het blik iets zitten wat op olie leek en hij begon
de ketting in te smeren. Ik draaide de trapas rond en zo kwam er een laagje
olie op. Mijn fiets ook gelijk gedaan en ze zijn weer geruisloos. We hoefden
niets te betalen.

We komen in Jose Smith Comas waar een suikerrietmuseum zou
zijn. Deze niet gevonden, wel een oude stoomloc. We rijden verder, over een brug waar de trein
onder doorgaat, scheelt weer gehobbel, en rijden na een poosje Cardenas in.
Hier beslissen wat we doen, doorgaan of overnachten. Na het eten van elk een
kippenpoot en utcola besloten door te rijden. Naast ons zit een jongeman met
een opgedirkt meisje. Toen Trijnie even naar de wc was bood hij haar, in
gebrekkig Engels, aan voor 10 CUC,
eventueel samen met een vriendin. Hij keek steeds richting de wc’s en toen hij
Trijnie zag veranderde hij van onderwerp.

Eindelijk snoepjes gevonden, werden per stuk verkocht en
Trijnie heeft van alles wat ingeslagen. En daar liep hij dan, een Cubaan met
een dikke sigaar. We hebben er tot op heden nog geen gezien, misschien roken ze
die alleen in hun privé omgeving. Maar dat elke Cubaan met een dikke sigaar in
de mond zou lopen is dus een fabeltje.

Zomaar moeten stoppen voor een stoplicht, we hadden er tot
nu toe 4 gezien maar nu was het menens. Hij hangt hoog in de lucht, springt van
rood op groen, groen knippert 5 keer voor hij naar oranje gaat en dan weer op
rood. En naast het stoplicht wordt de tijd van de drie kleuren weergegeven.

We zien een kever rijden, de 10de van deze
vakantie, maar nog niet vast kunnen leggen op de foto. Lijken ons geen oude
kevers, we blijven het proberen.

We rijden Varadero binnen, proberen bij een aantal hotels te
boeken, die vol blijken en uiteindelijk belanden we in Les Delphines, een wat
blijkt “all in hotel”. De hele dag eten en drinken, met een bandje om, niet
echt iets voor ons, het wordt de eerste keer dus weer een ervaring rijker. Er
staat een koude zeewind, mensen zitten gekleed bij het zwembad. Een aantal
fanatiekelingen liggen op strandstoelen op het strandje, met een andere
strandstoel als windscherm. Hopelijk is het morgen warmer.

 

07-02-2016

Vanmorgen weer op tijd op de pedalen. De lucht is muisgrijs
en we zijn net vijf minuten onderweg of het begin te miezeren. Regenjasjes aan
en een 45 minuten in de miezer gefietst. Het werd weer droog en de zon piepte
af en toe tussen de wolken door. Lekker fietsweer.

We rijden langs de kust richting Playa Larga. Langs de weg
billboards die verwijzen naar de gewonnen strijd tegen de Amerikanen in de Varkensbaai. De weg is
vlak maar wat eentonig. Af en toe is de zee te zien maar verder rijdt je door
‘aan beide kanten bos´. Er is weinig verkeer en we kunnen stukken naast elkaar
fietsen. Als er verkeer achterop komt, vaak vrachtwagens, bussen of taxi´s, dan
toeteren ze al van verre, dan even achter elkaar. Die eerste twee hebben soms
vervaarlijk uitstekende, soms 15 cm lange, scherpe punten op de wielmoeren
zitten. Lijkt me gevaarlijk en ze rijden soms vlak langs ons.

Een boert maait langs de kant van de weg gras en laad het op
zijn paardenkar, hij groet vriendelijk en steekt zijn duim omhoog. Na een kilometer
of 18 komen we aan bij Cueva de los peces, een 70 meter diepe grot die in
verbinding staat met de zee. Het is nog niet open maar we gaan toch even een
kijkje nemen. Er zwemmen vissen in de grot die we ook van Renee en Sascha in
het aquarium gezien hebben. Apart gezicht dus. Je kunt er snorkelen en duiken,
beide niet gedaan. Er komt een Tsjechisch stel aangelopen met rugzakken op. Ze
maken al backpackend een reis door Cuba.
Wilden hier eigenlijk fietsen kopen maar die waren voor buitenlanders niet te
betalen.

Het valt ons op dat het langs de weg netjes is. Hier en daar
wat afval maar lang zo veel niet als in Azië. Vergelijk het maar met Nederland,
misschien is het hier zelfs iets schoner.
In Playa Larga een pitsstop voor de inwendige mens. Kleine kopjes zoete
koffie, bananen en we kunnen er weer even tegen. Er wordt hier alcohol verkocht
wat volgens ons illegaal gestookt is. Er komen mannen met lege drankflessen
naar de toonbank van het winkeltje, trechter erop, de eigenaar pakt een
jerrycan en giet de fles vol. Het gebeurt niet in het geniep of zo maar drank
uit een jerrycan komt ons toch wel verdacht voor. Verder zijn er in het dorp
geen kraampjes met groente, alleen met fruit, en zitten naast een met gaas
omheinde plek waarbinnen stenen betegelde werkbanken staan waaruit vlees wordt
verkocht. Er vragen drie mensen of we hier willen
slapen, ze weten dan nog wel een casa (huis).

We volgen de weg en komen langs Criadero de Cocodrillos.
Hier is een park en zoo waar je voor 10 CUC kunt rondkijken en krokodillen kunt
zien in een betonnen poel. Het is er druk met bussen die toeristen naar deze
plek gebracht hebben. Ook staan er veel huurauto’s waar niet Cubanen zich mee
door het land verplaatsen. Het is rijen lopen van de toeristen doet ons denken
aan de eerste keer Azië, een busreis met de kinderen en Jacob door Thailand.
Geheel georganiseerd, met de bus van plek naar plek en dan aansluiten in de rij
om te zien wat er te zien is. Een prima manier om een land te zien, niks mis
mee maar het is nu niet meer ons piece of cake. In het restaurant wat gegeten,
wat souvenirs winkeltje bezocht.

Het landschap wordt wat opener en dat fietst wel zo leuk. Af
en toe een dorpje het in de verte kunnen zien geeft afwisseling. Er pakken zich
ondertussen donkere wolken voor ons samen, de wind begint hard te waaien en de
temperatuur daalt in no time van 34 naar 20 graden. Het voelt gewoon koud aan,
terwijl in Nederland 20 graden een aangename temperatuur is. Dat ook de Cubanen
het koud hebben blijkt wel bij een bushalte. Een oma, moeder en meisje staan te
bibberen, waarbij het meisje over haar blote benen wrijft om het wat warmer te
krijgen. “its freezing” zegt de moeder
lachend.

We komen aan bij een grote controlepost. Voor de zekerheid
de GPS maar even van het stuur gehaald, het wordt gedoogd maar is volgens de
wet verboden. Dus beter niet vragen om problemen. We konden trouwens zo door
fietsen.

Trijnie moet een piepie maken, nu gebeurt dat wel vaker maar
deze keer gaf het een leuk tafereel. Er stopte een bus met toeristen bij de
wc’s waar wij ook net gestopt waren. Trijnie wilde niet in de rij gaan staan
dus ging snel naar de wc’s toe. Dames wc zat op slot, wat doe je dan? Je gaat
naar de heren wc. Toen ze er even later uitkwam keken de toeristen vreemd op
dat er een vrouw uit de heren wc kwam.

We rijden Australia binnen, een klein plaatsje om even later
onze eindbestemming Jagüey Grande te bereiken. Een jagüey is trouwens een
winkeltje waar verse sinaasappelen worden geperst. Er is voor ons gereserveerd
dus we zoeken een adres in deze middelgrote plaats. Maar eens even vragen. Een
groepje jongelui wijst naar links, rechts, rechtdoor en terug, ze weten het dus
niet. Maar de redding is een jongeman die aangeeft het te weten. Of we Spaans
spreken, nee dus, gefronste blik, zo van hier fietsen en geen Spaans kennen.
Maar hij brengt ons wel even. Hij pakt een fiets en brengt ons al kringelend
door het plaatsje naar onze overnachting, El Rancho Hostal.

 

06-02-2016

Ik zal jullie eerst even bij laten lezen over gisteren nadat
we onze belevenissen hadden overgestuurd. Toen we hiermee bezig waren kwamen wat
achteraf Bas en Marrie uit Mijdrecht bleken te zijn naar ons toegelopen. We
hadden hen al eerder ontmoet bij de bus van Varadero naar Santa Clara.
Natuurlijk bijpraten over onze belevenissen tot dan toe, andere befietste
landen en tips en trics voor het reizen. Zij zijn nu beide met pensioen, hebben
ook al wat landen befietst en hebben voor de toekomst ook nog fietsplannen. Was
een gezellig gesprek daar op het plein.

Het internetten lukte trouwens goed. We hebben nu een kaart
van 10 CUC waarmee we bij een Etecsa vestiging in de buurt 5 uur in 3 weken
tijd draadloos het net op kunnen. Dus we hopen nog een aantal keren verslagen
op de site te kunnen zetten. Voor we de kaart kregen moest er eerst een
formulier worden ingevuld met paspoort gegevens, het nummer van de kaart, zodat,
mochten we verkeerde zaken op het net op gaan zoeken we te vinden waren. Komen
we dan het land niet meer uit?

We hebben in het Hostal gegeten en dat was lekker en meer
dan voldoende. We kregen elk een bord bonensoep met beef, rauwkost bestaande uit
gesneden bietjes, wortel, kool, tomaten, zoete aardappelen en een bord met
rijst waarop weer een stuk beef lag. Al met al ons buikje rond. Als toetje kwam
er nog een glas notenijs. Gelukkig was Novoa niet beledigd dat we niet alles op
konden.

Na een goede nachtrust om 06:00 uur ontbijten. Was weer ruim
voldoende en Rivero had voor ons de komende drie nachten gereserveerd bij
hostals op onze route. Benieuwd of het ook werkt. Ze vertelden dat ze pas sinds
1 december twee kamers te huur hadden en vroegen of we reclame voor hen wilde
maken in Nederland dus dat gaan we via diverse sites doen. Dus ben je in de
buurt van Cienfuegos ga dan slapen bij Rivero en Novoa.

We hadden van Rivero een alternatieve route gekregen, mooi
uitgetekend, om de 94 km die we voor de wielen hadden in te korten met 15 km.
Het was even zoeken, de GPS was een goed hulpmiddel en we fietsen over een relatief
nieuwe weg waarmee we de kilometers afsneden. Langs de nieuwe weg waren geen
huizen, restaurants of verkoopplaatsen
te vinden maar we hadden genoeg ingeslagen om te overleven. Omdat het nog vroeg was zaten de
Kalkoengieren op palen en in bomen, vaak met de vleugels gespreid in de zon. Er was, denken we, te weinig thermiek om te
zweven. Rond 09:00 uur zagen we ze weer boven het landschap zweven, dus toen
was het blijkbaar warm genoeg.

De natuur is hier afwisselend. Voor de vogelaars is hier
voldoende te zien, er zijn zo’n 350 verschillende soorten. Voor degene die van
viervoeters houden is hier weinig wild te zien. Er zitten hier alligators en
boomratten maar beide zijn we nog niet tegengekomen. Wel hebben we diverse
soorten hagedissen gezien. Maar veel anders dan paarden, varkens, ossen,
koeien, geiten, honden en katten lopen er niet op vier poten rond.

Toen we de snellere weg afdraaiden en in Yaguaramas kwamen
was men honkbaltraining, de nationale sport van Cuba, aan het geven op een
veldje. Ik mocht wel meedoen, maar van honkbal heb ik geen kaas gegeten. We
volgen de asfalt weg door het dorp, die er doorheen kringelt, en laten het dorp
weer achter ons. We maken een break bij een monument van Harry Reeves, iemand
die zich ingezet heeft voor de onafhankelijks strijd van Cuba in de begon jaren
60 van de vorige eeuw.

We komen in een gebied bij het plaatsje Horquita terecht
waar ze groente, rijst en aardappels verbouwen. Op de aardappelvelden staan
rijdende watersproeiers van tientallen meter lang. Er komt ons een fietser met
fietstassen tegemoet, we stoppen en praten elkaar even bij over de gedane route
en bijzonderheden. Hij was blij dat we hem konden vertellen dat je met de bus
van Santa Clara naar Varadero kon en de fiets probleemloos onderin de bus kan.
Wel is tijdig reserveren een must.

De omgeving veranderd duidelijk als we de provinciegrens
tussen Cienfuegos en Matanzas passeren. In de laatste geen verbouw van groente,
aardappelen en rijst. Wel bananenbomen.

We rijden het
natuurgebied Zapata in en rijden door een nat gebied waar als je even stopt
gelijk tientallen muggen om je oren zoemen. Maar weer gauw op de fiets dus. We
maken pas een stop als we het gebied uit zijn, er wordt druk aan de weg
gewerkt, nieuw asfalt, en komen bij een restaurantje Cubanacan terecht waar we
koffie en ijs nemen. Ook hier staat de muziek weer hard, wat bij alle
gelegenheden moet muziek zo is. Of ze zijn hier stokdoof of ze willen er
klanten mee trekken. Maar het is aan ons niet besteed. We fietsen verder en horen na een kilometer of
vier getoeter achter ons en een auto gaat naast ons rijden. Wat bleek ik had
mijn aantekenboekje en pen op tafel laten liggen in het restaurantje. Was ik
bijna mijn geheugen kwijt geweest en de aantekeningen van de dag. We bedankten
de chauffeur, die door de restauranteigenaar waarschijnlijk was aangehouden
toen hij er langs reed, hartelijk. Gelukkig dat er maar één weg door het gebied
loopt.

En zo komen we over een lange rechte weg in Playa Giron
terecht. Een kleine plaats aan de Bahia de Cochonis, Varkensbaai, waar in de
jaren 60 van de vorige eeuw Amerikanen geland zijn om de overgang van Cuba naar
het communisme te voorkomen, wat jammerlijk is mislukt. Er is hier een museum
aan invasie gewijd. Er is hier verder niets
te beleven, wel in de omgeving waar ressorts zijn voor duiken of snorkelen en
stranden. Maar daar hebben we nu de puf niet voor.

We slapen in Les 3 Harmannus, een mooi Hostal waar we één
nacht blijven. We zitten onder een veranda op schommelstoelen bij te komen van
de fietstocht. Want na gedane arbeid is het verdiend rusten.

Nog even naar het strand gelopen, daar is een heel
‘vakantiedorp, met bungalows die leeg zijn en verwaarloosd. Een klein strandje
waar wat toeristen aan het poedelen zijn. De maaltijd vanavond was weer
overdadig. Een karbonade van een formaat die we nog nooit gezien hebben met de
gebruikelijke rijst en rauwkost. Als toetje in siroop gezoete papaya. Buikje
weer meer dan vol.

 

05-02-2016

Vanmorgen om 08:00 uur ontbijten met de gebruikelijke zaken.

Communiceren met de eigenaresse gaat via een vertaal app. op haar telefoon. Werkt goed.
Cienfuegos is een stad van ruim 140.000 inwoners welke aan een baai met dezelfde naam ligt.

Deze baai staat in verbinding met de Caribische zee waardoor deze stad een belangrijke haven

is voor Cuba.

Naast het oude centrum staan er ook fabrieken langs de baai wat de skyline ontsiert.

Ook is de hoogbouw hier opvallend, er staan een aantal torenflats en hotels van meer dan 10 verdiepingen.

Er staan veel koloniale gebouwen, sommige in slechte staat andere opgeknapt.

Ook het stratensysteem is hier opvallend.

Je hebt hier alleen rechte straten die van oost naar west hebben een even nummer en die van noord naar

zuid een oneven. Alle straten worden aangeduid met Calle en dan een nummer erachter.

Zo zitten wij nu aan Calle 41.
Eerst te voet naar Punta Gorda wat op een uitloper in de baai ligt.

We lopen eerst langs de linkerzijde door een buurt waarvan de huizen verwaarloosd zijn, langs een

honkbalstadion met de naam Estadio 5 de september, Laguno del Cura waar kleine boten liggen.

In een lagere school van twee verdiepingen lijken de tafels te worden opgedreund en zijn anderen

gebogen over hun schrift aan het werk.

We lopen door een park waar het gras gemaaid wordt met

een manchette en een soort zeis. Op een skatebaan zijn jongelui aan het trainen, ze soezen voorbij

en we moeten een foto maken van een paar op skates staande jongens. Natuurlijk wordt daarbij het

peaceteken gemaakt.

Als we het einde van het schiereiland naderen zien we de huizen luxer en mooier worden.

Aan het einde van een schiereiland staat een mooi in Moorse stijl gebouwd huis. Verder een aantal hotels

met prijzen rond de 200 CUC’s per kamer. Langs het water, met park in vergane glorie lopen we de stad

weer in.

We denken eraan om met de boor naar castillo de Jagua te gaan.

Die vertrekt om 13:00 uur als er voldoende diesel is tenminste dus we kunnen eerst nog ergens een hapje

eten en zaken voor de overtocht kopen.
We zijn om 12:40 uur bij de vertrekplaats van de boot en het is een drukte van belang.

We ontmoeten een Duitser en Nieuw Zeelandse die samen in een universiteit in Engeland werken.

Ze zijn al een weekje onderweg en hebben Havanna al bekeken. Ze reizen per bus.

Wat informatie uitgewisseld. De deur gaat open en de wachtenden haasten zich naar de boot.

We moeten 1 CUC per persoon betalen en gaan de kleine boot op. Het wordt drukker en drukker.

Zitplaatsen zijn er niet en de overtocht duurt 40 minuten. We konden onze kont niet keren.

Er werden dichtgevouwen papieren blaaspijppijltjes verkocht.

Iemand kocht zo’n pijltje en ik vroeg wat er

in zit. Bleken pindaatjes te zijn. Ik kreeg er een paar op mijn hand. Waren iets gezouten, smaakten goed.

Er werden ook verpakte dunne zuurstokken verkocht.
En de boot werd voller en voller. Trijnie kreeg het er benauwd van en wilde van boord.

Ze vond het maar niks al die mensen hutje mutje op elkaar op zo’n klein bootje.

Toen er ook nog iemand met een fiets bij moest werd het haar te gek. Ze wilde van boord.

Dus zo gezegd zo gedaan.

De schat was helemaal ontdaan.
We zijn naar het Pargue Jose Marti gelopen waarom heen mooie oude gebouwen staan.

Natuurlijk wilde ik de stad weer van boven zien dus een kaartje gekocht voor Casa de la Cultura Benjamin

Duerte.

Dit voormalige paleis wordt opgeknapt, al is daar binnen nog niet veel van te zien, en heeft een

toren die je beklimmen kunt. De kamers zijn rijkelijke versiert met ornamenten en er hangen mooie

kroonluchters maar er moet inderdaad een hoop opgeknapt worden.

Maar wel een mooie indruk gekrijgen

van de vroegere rijkdom van de eigenaar ervan.

Via sluiptrappen onder aan de toren gekomen en via een smalle wenteltrap naar boven geklommen.

Helemaal boven in de toren was een plateautje van 40x40 cm en een balustrade van 50 cm hoog.

De wind waaide om mijn oren en ik stond daar niet prettig dus snel wat foto’s genomen en naar beneden.
Beroemd is het parque om zijn enige Arco de Triumfo, ala die van Parijs, van Cuba.

Trijnie vond dit een

beetje ontnuchterend. Zij heeft de echte gezien en daar is dit een baby’tje bij.
Aan de buitenkant zijn het Teatre Tomas terry en de Catedral de la Purisima Cocetión mooi onderhouden

gebouwen.
We kunnen in het parque ook internetten dus we kopen straks een kaartje en gaan weer een poging doen.

 

04-02-2016

Vanmorgen om 06:30 uur ontbijten en afrekenen. We waren voor 3 overnachtingen, 2 warme maaltijden

en 1 lunch inclusief ontbijt 174 CUC kwijt. Ter vergelijk, in het hotel Ibera waar we internetten, betaal je

voor de goedkoopste kamer 228 CUC per nacht. En dan nog eten. Ongetwijfeld meer luxe en een uitgebreider ontbijt maar slapen kan je overal. Een hotel net buiten het centrum kost 127 CUC per nacht.
Dus in de koelte op stap en ik zei tegen Trijnie dat ik hier nog geen motoren gezien had. Trijnie beaamde

dat en frrrrooooeeeem daar kwam een motor langs en even later nog één. En toch hadden we die tot dan toe nog niet gezien.
Elke plaats van enige betekenis cq. grote heeft voor je hem binnen rijdt een stenen bouwsel waar de naam van de plaats staat en iets van welkom. Ook op de provinciegrenzen staan zulke bouwsels.

Sommige zijn mooi, andere

oerlelijk. Maar je weet in ieder geval waar je naar binnen rijdt.
We rijden vandaag de eerste 30 kilometer vlak langs de kust, de weg is redelijk vlak en we schieten dan

ook mooi op in de relatieve koelte van de vroege ochtenduren. We passeren de provinciegrens tussen

Sancti Spiritus en Cienfuegos over een 300 meter lange brug. Op het billboard van Cienfuegos staat een

skyline met hoge gebouwen afgebeeld.

Benieuwd hoe de skyline er werkelijk uit ziet. Op het strand onder

de brug loopt een varken met zijn 6 jongen te wroeten in het zand.
We passeren later meer bruggen, op zich wel te verwachten want de rivieren hier stromen net als bij ons

naar de zee en vanuit de heuvels verzameld het water zich in diverse rio’s naar de zee toe.
Een break na een kilometer of 35 bij restaurant La Vega.

De tafels onder de veranda staan gedekt met borden, glazen en bestek.

Ze verwachten nogal wat mensen

vandaag, we tellen er een stuk of 30. Waarschijnlijk komt er een bus toeristen langs om te eten.

We bestellen een sandwich beef en krijgen twee toastbroodjes met er tussen touwtjesvlees,in de

koekenpan gebakken patatjes en rauwkost. Een smakelijk hapje.

Er worden vier sauzen in fles vanuit de op tafel gezet. Yoghurt saus met kruiden, mosterdsaus,

Salsa Brava saus (spicy) en tomaten ketchup. De eerste saus maar niet genomen, houdbaarheidsdatum

15-07-2015, de andere sauzen waren OK. Er bij een kop, o nee glas koffie en we kunnen er weer even

tegen.
We hebben onze overhemden aangedaan want het kwik op met kilometerteller is al rond de 30 graden

gestegen, en zou uiteindelijk rond de 40 graden terechtkomen met een strak blauwe lucht en een

onbarmhartige koperen ploert aan de hemel.

Omdat het heter wordt wat vaker een stop bij een bushalte

of dikke boom, als er maar schaduw is. Ook een beeld van een indiaan krijgt onze aandacht.

Wat en waarom hij hier staat wordt er niet bij gezet.

Gelukkig staat er af en toe een verkoelend briesje. We eten banaantjes, drinken veel water, en hebben

repen met noten die energie geven. Maar het trappen blijven we zelf doen.
In een bushokje giechelende scholieren.

Stellen elkaar vragen in het Engels maar durven dit niet aan ons

te doen. Uiteindelijk vragen ze waar we vandaan komen, waar we heen gaan en hoe het met ons gaat.

Een fotomomentje verhoogt de hilariteit bij ze.
Lichte paniek, er is een os ontsnapt. Hij rent richting de weg waar we staan en loopt even later loeiend

langs de kant van de weg. Er komen al mensen aan om hem terug te jagen, wat onverwachts makkelijk

gaat. De rust is weergekeerd.
Aan verkeersborden hier geen gebrek aan de kant van de weg. Maar het zijn hoofdzakelijk maar 3 soorten. Voor elke heuvel of bocht een bord niet inhalen, na de heuvel of bocht einde inhaalverbod.

Dit herhaald zich om de honderd meter en soms 500 meter weer.

Daarnaast een bord waarop aangegeven

staat dat er een bocht aankomt. En dat bij elke onoverzichtelijke bocht in de weg.

Over de andere verkeersborden hier tik ik later nog wel eens wat.
We moeten via een punt naar Cienfuegos rijden. Dat moet korter kunnen.

Dus bij een bushalte gevraagd, ja we begrijpen dat we hier binnendoor kunnen, over een slechte weg

tussen een verzameling huizen door. Inderdaad de weg was slecht maar we kwamen na 1 km op de

asfaltweg naar de stad waar we zijn moeten.
We zien de stad in de verte liggen.

En ja hoor op het billboard hebben ze niet gelogen, er staan minimaal drie torenflats in deze stad.

De eerste die we zien in Cuba. Eerst langs Hostal Maile gegaan, zat vol, we kregen daar wat te drinken en

de eigenaresse regelde voor ons een overnachting in Hostal Rivero (voornaam man) Novoa (voornaam

vrouw). De kamer is achter de woonkamer van de familie.
Contact gehad met Stef, de gieren met rode kop en gele snavel zijn Kalkoengieren.

We zien er een honderd van per dag.
Morgen blijven we ook in Cienfuegos want er is hier genoeg te zien. We hebben nu ruim 300 km over de

Cubaanse wegen gefietst. En tot nu toe naar volle tevredenheid.

 

03-02-2016

Vanmorgen wakker geworden door het inmiddels bekende fluitje en de roep van de verkopers met

strengen knoflook en ui. Het is 06:30 uur, we hebben lekker geslapen. Maar zien wat de dag gaat brengen. Eerst maar eens ontbijten.
Trijnie lijkt weer zo goed als nieuw, nu nog even afwachten hoe de benen vandaag zijn. We gaan een

rondje fietsen buiten de stad en wel naar Playa Ancon, een schiereiland de Caribische zee in, dat bekent

staat om zijn witte stranden en azuur blauwe zee. Als we buiten de stad zijn rijden we al snel langs

struiken en bomen die in het water staan.

Vermoedelijk zeewater maar we hebben het niet geproefd.

Een meer afgebroken staande dode boomstammen doet ons denken aan het Bargerveen bij Zwartemeer.

Daar zijn de bomen dood gegaan door het zure veenwater, hier door het zeewater.
Het laatste stuk rijden we over een landtong met aan beide kanten de zee en een dikke wind tegen.

Een gekapseist vissersschip ligt midden in het golvende zeewater, bussen en taxis passeren ons om

toeristen vanuit Trinidad naar de stranden te brengen.

Er zijn nieuwe hotels en ressorts aan de rechterzijde, dicht bij de stranden en we zien één toerist op een

fiets. We bereiken de jachthaven en zijn aan het einde van de weg.
We krijgen een tip van een zeer goed Engels sprekende taxichauffeur om als we op het strand willen we

beter eerst 3 km terug kunnen fietsen.

Daar zijn weinig toeristen en is het goedkoper.

En het klopt, we vonden een rustig stukje strand waar wat te eten en drinken te koop was, je in de

schaduw op stoeltjes kon zitten en kon genieten van dezelfde zee als 3 km verderop.
Ik doe mijn zwembroek aan en loop de zee in.

De bodem bestaat uit zand en stenen, gladde niet van die scherpe, en er steken rotsblokken boven

het oppervlakte uit. Het water is koud, onverwacht koud, en met de wind bezorgde het me kippenvel.

Maar ja de Caribische Zee kan op mijn ‘waar ik allemaal gezwommen heb’ lijstje worden bijgeschreven.
Er zwemt een lange dunne vis, beetje blauwachtig met lange snuit, langs me.

Geen idee wat voor soort

het is. Je kunt hier ook snorkelen, zijn we al een aantal jaren van plan maar om het te gaan doen?

De kids zeggen dat het fantastisch is om te doen maar het komt er ook nu niet van. Iets maakt de drempel om het te gaan doen te hoog om de stap te wagen. Zal er wel weer spijt van krijgen(red: waarom spijt van krijgen?

Er zijn zoveeeeel leuke dingen die we dan wel weer doen!)
Een wandeling langs het strand gemaakt, veel stukken koraal in allerlei maten en soorten en maar weinig

schelpen valt ons op.
Op zee is een eenzame visser in een kano aan het vissen, of het met een net is of met een hengel is niet

goed te zien. Daar zitten we dan op een wit zandstrand met een azuurblauwe zee te mijmeren, te kletsen,

te genieten. Er loopt een hermietkreeftje met een gekaapt huisje bij ons vandaan. Wat een gezeul voor

zo’n klein beestje. Ook lopen hier krabjes zijwaarts naar een holletje.

Het wordt langzaam drukker, taxi’s brengen groepjes jongelui, de oudere mensen komen veelal vanuit het

naastliggende hotel.
Het wordt tijd om de spullen te pakken en weer Casawaarts te keren. We rijden via een andere weg langs

de zee, wat heel veel nuances blauw van het water laat zien(red:de kleuren zoals je ze wel op brochures

ziet en nu in het echie ziet. Echt Schitterend) Fietsen La Boca binnen langs wat de boulevard heet te zijn,

we steken de onbewaakte spoorweg over en gaan langs de Mecado voor water.
Na het relaxen op de kamer nogmaals van de mogelijkheid gebruik maken om twee dagverslagen naar

jullie in Nederland te sturen zodat jullie weer op de hoogte zijn.

Is niet gelukt. Volgende keer beter.

We hebben beef gegeten op het dakterras van het Hostal, grote lap vlees, met rijst en groente. Eerst een

bonensoepje vooraf en als toetje een cakes met een stukje pindakaas. Smaakte allemaal weer goed.

Alleen zitten er geen sausje bij, maar dat zal hier wel normaal zijn.
Morgen fietsen we naar Cienfuegos.

 

02-02-2016

Vanmorgen Trijnie gammel in de buik, de bekende reizigersdiarree. Komt van de warmte, heeft ze elke vakantie in de hitte één of twee dagen last van. Eerst maar eens ontbijten, waarbij Trijnie teveel fruit en vette dingen mijd. Gelukkig hebben de Okugest bij ons wat altijd goed helpt als je aan de dunne bent.
Het ontbijt was op het dakterras, lekker koel windje dus aangenaam vertoeven.

De eigenaar heeft een zwembadje op het dakterras laten aanleggen. Maar deze staat nu leeg, er is een verbod uitgevaardigd door de regering omdat dit te concurrerend zou zijn met de hotels. Belachelijk natuurlijk maar hij is wel zijn investering kwijt. Na het ontbijt de kamer geordend en Trinidad in gegaan. We kwamen langs een internet café, daar willen we vanmiddag kijken of we het thuisfront kunnen voorzien van informatie over onze trip.

Langs een Mercado = supermarkt gelopen, waypoint gemaakt op de GPS zodat we hem makkelijk weer kunnen vinden.
Trinidad is een stad van ruim 60.000 inwoners en staat op de Unesco wereld erfgoedlijst.

Er staat hier bijna alleen maar laagbouw, mooie gerestaureerde woningen en in het centrum rondom het Musea Historica Municipal veel restaurantjes en souvenir winkeltjes. Daar is van alles te koop waar Cuba of Che op staat. Van bal tot sleutelhanger, van sambaballen tot hoeden, van kleden tot schilderijen. En alles wat daar tussen in zit. De straten van kinderkopjes maakt het lopen lastig, goed uitkijken dat je niet op de snufferd gaat. Het is nog rustig in het oude gedeelte van de stad want de bussen vol toeristen zijn nog onderweg en zullen straks dit deel van de stad overspoelen.
Als je zo door de straatjes loopt kijk je automatisch door de openstaande deuren van de huizen naar binnen en kijk je zo de kamer in. Daar staat een televisie en meerdere schommelstoelen.

Die schommelstoelen lijken het geliefde zitgerief van de Cubanen te zijn want we hebben ze onderweg ook op veel veranda’s zien staan. Een oude vrouw zit tv te kijken terwijl ze met haar been de schommelstoel in beweging houdt. Vertederend.

Verder is in de kamer weinig opsmuk, behoudens dan soms een schilderij.
Vanuit sommige kamers worden pizza’s of broodjes verkocht of andere handelswaar in de deuropening. Vanuit de deuropening worden passanten gegroet, geven mannen elkaar een hand en vrouwen elkaar smokken. Een heel ander leven dan in ons koude kikkerlandje waar deuren en gordijnen vaak dicht zijn.
Bezoek gebracht aan het Musea Historia Municopal het meest gefotografeerde gebouw van Trinidad. Hierin is een overzichtstentoonstelling over de revolutie van de jaren 60 van de vorige eeuw te zien. Ook hierbij is een hoop bloed vergoten.

Ik ben de toren ingegaan terwijl Trijnie op een bankje op het Plazar Major in de schaduw is gaan zitten. Toen ik de toren in wilde vroeg een vrouw of ik engels sprak.

Toen ik dit bevestigde zei ze streng: “don’t ring de bells” waarbij ze een vinger omhoog deed om de ernst van de waarschuwing kracht bij te zetten. De houten trappen op en inderdaad er hingen boven in de toren vijf klokken uit ca. 1850 waarvan er een tweetal een scheur vertoonde. Er werden foto’s gemaakt door een stel, omste beurt voor het luigat. Toen ik aanbood om van hun beide een foto te maken gingen ze daar graag op in.

Toen ik de foto genomen had hield ik mijn hand op: “3 CUC”. Ze moesten lachen. Een ander stel wilde ook wel samen op de foto, dus die ook maar geknipt.
Even naar de wc voordat ik naar buiten ging. Ik ging op de pot zitten en wilde kracht zetten toen ik me realiseerde dat er buiten de wc deur een rol toiletpapier stond. Als je naar de wc gaat hier in Cuba dan krijg je altijd toiletpapier mee. Gelukkig bleek ik het papier niet nodig te hebben anders had ik daar gezeten.
Even een bakkie doen bij cafe Don Pepe en daarna via een omweg weer naar de kamer. De straten van Trinidad zijn opvallend schoon, alleen de paardenpoep ontsiert de straten en je ruikt overal in de stad het paard. Verder ligt er geen papier, blikjes of flesjes op de straat.
Het is weer heet, Trijnie heeft de plu meegenomen en als we niet in de schaduw kunnen lopen steekt ze de plu op. Scheelt best wel in de hitte. We lopen langs een begraafplaats die we natuurlijk even bezochten. Deze is mooi verzorgd en de graven lijken ook luxer dan we onderweg gezien hebben. In een kapelletje een afbeelding van mensen in het vagevuur die hun arm opsteken naar onze lieve Heer die er boven hangt.
Langs de Mercado, water en koekerij ingeslagen.

Er is hier niet veel te koop, de keus is ook niet groot. Maar we zijn weer voorzien. Bij de deur zat een oude man, mensen die bij andere winkel inkopen gedaan hebben kunnen bij hem de tas in bewaring geven. Zo verdient hij ook zijn pesootjes.
Na een rustpauze op de kamer boven op het dakterras wat gegeten. Ik vertelde dat we naar het internetcafé wilde maar de eigenaar rade ons aan om naar hotel Libero te gaan.

Als je daar een consumptie kocht en een kaartje voor het internet dan kon je er met wifi het wereldwijde net op. Daar naartoe gelopen en inderdaad 2 consumpties en 2 internetkaartjes, samen 10 CUC, en we konden het reisverslag dan eindelijk op de site zetten. Trijnie heeft haar gelukwens berichten beantwoord en geWAt met Sascha zodat we weer op de hoogte zijn.
Via een buitenwijk naar de kamer terug. Nu hebben we het probleem dat de laptop niet wil opladen, de stekker past niet in het contact. Dus wat gedaan? Lopen we in de buitenwijk, waar trouwens wel oude flats van 3 hoog staan, valt mijn oog op een plaatselijke stekker die op een kraam lag.

Kosten 10 Peso (=ca.20 cent), daar kan ik me geen buil aan vallen. Dus meegenomen, aan het snoer van de oplader gezet en ja hoor hij laad op.

Zo weer een probleem opgelost.
Vanavond om 19:00 uur gaan we op het dakterras bbq-en en wordt er een vis voor ons klaargemaakt met groente, sausen en weet ik wat nog meer. We laten ons maar verrassen(red: alleen voor ons tweetjes een bqq!)
De gebbqde vis, een snapper, was heerlijk. Het vlees viel zo van de graad, mals, licht rooksmaak en dat met een schotel rauwkost (tomaten, koude sperciebonen en gesneden kool) en rijst.

Het viel bij Trijnie ook goed. Als toetje een mierzoet soort monchou het glazuur sprong me van de tanden maar het was lekker.
Morgen blijven we volgens planning nog een dag in Trinidad, maken we een fietsronde naar de Caribische zee en kunnen we kijken hoe Trijnie het doet. Maar dat voor morgen.

 

01-02-2016

Hieperdepiep Hoera, Trijnie jarig. Ik had haar gisteravond
om 08:00 uur al gefeliciteerd, het was toen immers in Nederland al ruim na
twaalven op haar geboortedag.

Vanmorgen feliciteerde de eigenaresse van de Hostal Trijnie
ook. Ze had het gisteren gezien toen ze ons inschreef. Dat gaat hier heel
officieel. De belangrijkste gegevens van het paspoort worden overgeschreven op
een apart formulier die we beide ondertekenen moeten.

Onze fietsen hebben overnacht in de woonkamer van
vermoedelijk de ouders of schoonouders van de verhuurster.

Toen we vanmorgen de
fietsen gingen pakken liep de oude heer in zijn broek met ontbloot bovenlijf in
de kamer, hetgeen de verhuurster niet waardeerde. Het rook er trouwens sterk
naar mottenballen, zal wel Cubaans zijn.

We rijden de stad uit en gaan naar Trinidad dat een
kilometer of 70 verderop licht. De lucht is blauw, af en toe schapenwolkjes en
de zon maakt het zo vroeg al warm. Vandaag de blouse gelijk maar aangedaan
omdat we al behoorlijk verkleurt zijn en we onze tere huidjes even rust gunnen.

De beroemde brug van Sancti Spiritus zijn we over gefietst.
Deze bakstenen brug met de naam Puente Yayabo doet al vanaf het jaar 1815
dienst om de Rio Yayabo over te komen.

De brug heeft bogen en is geheel gebouwd
van bakstenen. Hij liet zich moeilijk fotograferen, omdat je niet van een
afstand een foto kon nemen.

We rijden de stad uit en langs het treinstation, steken het
onbewaakte spoor over en rijden naar Banao. Ondanks de naam geen banano te
vinden, wat jammer is want het zijn goede vullers tijdens de trip. Rechts
doemen de bergen op, wij rijden over een heuvelachtige rustige weg, af en toe
een bus of vrachtwagen met als lading onder andere mensen, paard en wagens en
brommertjes.

Via La Guira, waar ook ter linker zijde bergen opdoemen peddelen
we in het steeds warmer wordende Cuba onze kilometers weg. De omgeving is mooi.
Naast kleine plaatsen veel soorten bloeiende bomen en planten, af een toe een
veldje suikerriet, bananenbomen, palmbomen, kokosnotenbomen afwisselend en dat
maakt het fietsen prettig. Ik vind een mooie veer, toch een verjaardagscadeau
dus.

Een korte break aan de kant van de weg bij de Rio Higuanojo.
Even wat cake eten en water drinken want het binnen krijgen van voldoende vocht
is belangrijk zoals we weten van eerdere vakanties. Nadeel is wel dat door al
dat drinken je honger gevoel weggaat en je bewust moet eten om geen hongerklop
te krijgen. Daarom onderweg bij een kleine kiosk Pan C Crougette en koffie
gekocht.

De koffie werd in een glas gedaan was sterk en zoet, de Pan enz. was
een kadetje met een worstje ertussen. In de schaduw bij een bushokje genuttigd.
Smaakte redelijk maar de volgende keer kiezen we een andere Pan.

De zon staat te stralen aan de hemel, het is heet en de
zwarte gieren lijken met ons mee te cirkelen, kijkend of we op de been blijven.
Anders zijn ze er als de kippen bij om ons op te ruimen, de natuur is hard maar
mooi. Onderweg blikjes Tucola (Cubaanse variant van cola) en extra water
gekocht, want we blijven maar drinken. We drinken genoeg want af en toe moeten
we wateren.

In Manaca Iznaga gaan we een stukje van de route af. We
hadden van verre al een toren zien staan en waren benieuwd wat dit was. Onze
fietsen weer op de auto parkplaats, onder wakend oog van twee bewakers die ons
zelfs een parkeerkaartje meegaven. Dit gaat dus geld kosten.

Eerst maar eens de inwendige mens versterken. In het
voormalige huis van de slavenhandelaar Pedro Iznaga, wat er mooi uitziet met
zijn hoge deuren, mooie plafond en wandversieringen staan nu tafeltjes en
natuurlijk souvenir winkeltjes. Trijnie neemt sandwiches met tomaat en
komkommer en ik een warme hap met kip, zoete aardappel, tomaat en komkommer .
Eten tegen wil en dank om maar energie te houden. Want het is afzien in de
warmte.

De Manaca Iznaga heb ik in mijn eentje beklommen, Trijnie
blijft liever met beide voeten op de grond.

Ze ging buiten in de schaduw zitten
en kreeg gezelschap van een spaanse dame die in het spaans tegen haar ratelde.
Ze snapte er niet veel van maar ze begreep wel dat de dame geld wilde omdat ze
schurft had.

De 44 meter hoge toren stamt uit 1800. Hij werd gebruikt om
de slaven die op het land werkten in de gaten te houden.

Het beklimmen ging
langs smalle houten trappen en was de moeite waard gezien het uitzicht over het
plaatsje en het landschap met de bergen.

Naar de fietsen waar we het kaartje inleverden en na
betaling van 1 CUC kregen we ze weer mee.

Nog een 20 km naar Trinidad, hete kilometers met een aantal
stops in schaduwrijke bushokjes.

Dat het zweten is blijkt wel als ik mijn
blouse uit doe en witte zoutplekken op mijn t-shirt zie. Fietsvakanties zijn
mooi maar het is ook afzien. En daar houden we meestal wel van.

Omdat we meerdere nachten in Trinidad willen blijven hebben
we ons oog laten vallen op een hotel net buiten de stad.

Het was een klim om er
te komen maar het uitzicht was mooi en de kamers vol.

Een medewerker achter de balie vertelde dat hij ook een
hostal had, liet op zijn telefoon foto’s zien en het zag er mooi en vooral ruim
uit. De tuinknecht van het hotel werd gecharterd en hij bracht ons door kleine
straatjes naar Hostal El Trillizo waar we hartelijk werden verwelkomd door de
vrouw des huizes.

De kamer bekeken was ruim, vinden we lekker als we meerdere
dagen ergens blijven, en de fietsen staan in de gang. Boven op het dakterras
werden we verrast met een vruchtendrank en konden we in het beetje wind dat er
was even bijkomen.

 

1-02-2016

GEFELICITEERD OMA! Jaja vandaag is Trijnie jarig!

Ze fietsen vandaag naar Trinidad,misschien daar meer kans op internet.

Hierbij even een indruk van Trinidad

 

 31-01-2016

Gisteravond een lekker Cubaanse maaltijd genoten. Naast
touwtjesvlees: rijst, groente, broodbolletjes en grapefruit. De binnentuin of
patio behorend bij de hostel heeft een aparte sfeer met de vele planten en
koloniale dingetjes. Het was er gezellig druk, niet alleen kamerbewoners maar
ook mensen van de stad kwamen er eten.

Vanmorgen om 07:30 uur ontbijt, zondagse tijd, wat een
verrassing op zich was. Naast elke een bord fruit kwamen er een 7 tal bordjes
met verschillende koekjes, een mandje warme bolletjes, cake, kleine kroketjes
en natuurlijk koffie. Was vullend zodat we een uurtje later op de fiets voor de
eerste etappe van de reis de pedalen konden bewegen. Vandaag 88 km naar Sancti
Spiritus.

We waren vlot de stad uit over een rustige weg, mede omdat
het zondag is, en reden door plaatsen met namen als Falcon, Placetas, Elo
Diamante, Miller, Guayos, Aurora, enz.. Sommige van die plaatsen hadden een
redelijke omvang, veel kleinere heb ik maar niet genoemd. Soms een verzameling
van 10 huizen groot vormde een gehuchtje.

We kringelen rondom het treinspoor richting Sancti Spiritus,
gaan een aantal keren onder een spoorbrug door zodat het spoor soms links en
soms rechts van ons was. Een passerende
trein was donker groen en zag er jaren 60 uit. Geen hoge snelheidslijn dus. Het
verhaal gaat dat 80% van de treinen te laat is en 20% van de treinen uitvallen.
Dus zo slecht doet de NS het nog niet.

Op de weg rijden de vrachtwagens en de auto’s, elektrische
scooters, brommers en fietsers, al zijn deze laatste in de minderheid. Het
voetvolk, ossenkarren en de paard met
kar bewegen zich naast de weg voort waar een strook grond voor hen is gemaakt.

Tijdens een bananenbreak werden we aangesproken door
Jehovagetuigen, of we Spaans spraken, nee dus, ze dropen af.

De weg is heuvelig, veel vals plat en niet alleen wij hebben
daar soms moeite mee. De zwarte rook uit de uitlaten van de vrachtwagens als ze
heuvel op gaat maakt onze onderbenen, armen en gezicht op den duur zwart.

Een man met paard en kar vervoerde twee melkbussen. Ik
raakte met hem aan de “praat” en vroeg of hij Leche (melk) vervoerde. Hij
schudde grijnzend zijn hoofd en zei ietwat geheimzinnig “no poka poka”. Wat dat
is we weten het nog niet.

Een begraafplaats bezocht, lag ver buiten een groter dorp.
Veel monumenten, maakte en ‘plezierig’ rommelige indruk. Er was overal wel wat
te zien. Veelal alleen de naam, geboorte en sterfdatum op een stenen plaatje
geschroefd op een stenen bak waar de
overledene onder of in lag. Weinig beelden of aparte graven.

In Palacebo op zoek geweest naar een cache, ondanks hulp van
lokale mensen deze niet gevonden. Jammer maar ’t is niet anders. Het is een
grote plaats en bij Chaplin (de bekende komiek uit de oude doos gezien de vele
posters) een hamburger gegeten. Deze hamburger smaakte naar choriso en was
belegd met kaas en ham. Weer een
bodempje om verder te kunnen.

Het weer is lekker om te fietsen, wisselend bewolkt en als
de zon er door komt is het heet. Smeren dus en na een poosje de overhemden aan
om niet te erg te verbranden. De wolken worden donkerder en ja hoor een stevig
buitje. Geschuild onder bomen en na 10 minuten droog en weer verder. Het gaat nu wat minder op en neer zodat we
wat makkelijker opschieten. We merken beide dat we in Nederland niet veel
gefietst hebben de afgelopen maanden, mede gezien het weer en andere drukte.
Dan is de 88 km wel pittig maar we zullen het volbrengen.

Via een hoog viaduct over de snelweg naar Havanna heen, de
weg was leeg, je mag er fietsen en met paardenkar rijden.

Nogmaals een break waarin we pizza en cola nuttigen voor de
laatste 20 km van de dag. Vlak voordat we Sancti Spiritus binnen rijden weer
een stevige bui. Samen met lokale fietsers en brommers geschuild onder een
viaduct. Na 5 minuten weer verder.

We slapen in hostal El Buganvil met de naam Rosi in een
nette kamer. Na te hebben uitgerust, het is voor ons doen laat namelijk 16:45
uur de stad nog even in. Water scoren voor morgen en de vreetzak weer
aanvullen. In het park Serafinn Sanchez , park het is eigenlijk een plein met
veel bankjes en bomen waar de lokale
bevolki ng chilled en met hun telefoon bezig is, een ijsje (voorverpakt)
genuttigd.

Sanct Spiritus is een plaats met 100.000 inwoners, heeft
veel straten met kinderkopjes (dat wordt dus rammelen op de fiets). Omdat we
laat waren hebben we de Pueta Yayabo, een mooie oude brug, nog niet gezien.
Misschien morgen en anders jammer dan.

Morgen gaan we naar Trinidad en daar blijven we in ieder
geval 2 nachten.

 

31-01-2016

Vandaag helaas nog geen internet.

G&T zitten in het plaatsje Santa Clara (florida Center)

 

30-01-2016

Vanmorgen om 06:00 uur ging de wekker, ik spullen op de
fiets, Trijnie ontbijt regelen, kregen elk twee boterhammen met kaas en ham mee
en elk een blikje cola. Op de fiets naar het busstation en nu maar wachten. Er
kwam een Nederlands echtpaar aangefietst, hadden na 2 dagen wachten een
reservering kunnen boeken. Dat beloofd niet veel goeds. Toen de busvrouw
aankwam lopen en ze me zag zei te lachend: gefeliciteerd er zijn annuleringen.
Dus we kunnen naar Santa Clara vandaag.

Fietsen voorbereid om onder in de bus te gaan, stuur naar
beneden en in verlengde van het frame gedraaid. Het
voorwiel moest er volgens de busvrouw ook uit, niet gedaan, paste net.

We hadden een plan twee gemaakt voor als we niet meekonden.
Dan in twee dagen fietsen naar Havana, daar twee dagen blijven en dan met de
trein naar Santa Clara om de route weer op te pakken. Maar het was gelukkig
niet nodig.

Om 07:40 uur vertrok de bus, een ritje van een 3.5 uur met
naar bleek een tussenstop bij Pio-Cuá een restaurant halverwege om te sanitairen en wat te
drinken/eten te score. Bij de wc hadden de vrouwen een lol toen Trijnie binnen
het hokje in liep. Ze stak met haar hoofd boven het muurtje, broek naar
beneden, door de knieën en ze was weer uit zicht, en weer omhoog om te hijsen.

Onderweg was een meisje in de bus thee aan het zetten van
een bladermix, nooit eerder gezien, ze goot heet water in een kopje waarin een
zeefje zat, ze dronk als de thee sterk genoeg was via een lepeltje met holle
steel de vloeistof.

De weg naar Santa Clara was zoals beloofd eentonig. Veel
rechte wegen, plantages, rietsuikervelden, grazende koeien, hier en daar een
groepje geiten, op de achtergrond zijn
de heuvels zichtbaar. Blij dat we
besloten hebben de bus te nemen.

Om 11:20 uur in Santa Clara bij het busstation. We hadden de
straat waar we moesten zijn in de GPS gezet en reden de goede kant op. Een
jongen vroeg waar we heen gingen en toen we Florida center wist hij waar we zijn moesten en bracht hij
ons er heen. Er was nog een kamer vrij en nu overnachten we in een nostalgisch
huis met oude foto’s en gebruiksvoorwerpen. We kunnen hier vanavond ook warm
eten.

Eerst even een broodje gaan eten bij Ay Mama op de hoek.
Prijzen in PUC’s, de munt voor de Cubanen zelf . Twee koffie en twee dikke
sandwiches kosten 48 PUC, wat omgerekend 2 CUC (de toeristen munt) was.

En nu Santa Clara verkennen.
Deze stad met 200.000 inwoners
bestaat uit koloniale huizen en er is weinig bijzonders te zien. Toch is de
stad in Cuba’s geschiedenis belangrijk omdat het de eerste grote stad was die
Fidel Castro en zijn compaan Ernesto Che Cuevara met hun rebellenleger
veroverden op het leger van de dictator Batista. Daarom is in 1987 net buiten
het centrum een Monument en Mausoleum opgericht ter nagedachtenis van Che,
zoals de Cubanen hem noem, 20 jarige overlijden. In 1997 werden de
overblijfselen van Che, samen met 17 andere strijders, in een massagraf in
Bolivia gevonden en bijgezet in het mausoleum alhier.

Het was een leuke tippel van totaal vier kilometer naar het
monument wat mega groot en hoog was, zoals een communistisch volk zijn helden
schijnt te moeten herdenken. Naast de vele koloniale woningen ook armoedige
flats met 3 woonlagen, winkeltjes in woonkamers, fruitstalletjes, in woonkamers
gelegen restaurantjes waar je pizza kunt kopen, enz. Over de straten zijn
vooral het paard en wagen en de brommertjes met kar erachter een veel gebruikt
vervoermiddel van de lokale bevolking. De mensen staan op straathoeken te
wachten tot er één langskomt en stappen in. Waar je in Nederland moet letten op
de hondenpoep is het hier uitkijken voor paardenpoep. Het ruikt op straat ook
naar paard. In mindere mate zijn de fietsers voor vervoer van 2 mensen in het
straatbeeld zichtbaar.

We hebben wat gedronken bij een restaurantje waar de muziek
keihard stond, jongelui bier tapten uit een Cubaanse biertap (een plastic geval
met een grote plastic beker erop waarin het bier koud gehouden werd met een
buis gevuld met ijsklontjes waaruit in plastic bekers getapt werd) en een wc
pot die tot de rand gevuld was en langzaam leeg liep. Even wachten en onze pies
kon er weer bij.

Natuurlijk is ook hier de rivier, de Ro Boico, die door de
stad stroomt een open riool die stinkt en vervuild is met duizenden plastic
zakken en flessen.

Er was kermis in de stad. Attributen waar we het doel wel
van herkenden maar in de verste verten niet leek op dat waar Trijnie en ik mee
opgegroeid zijn.

We lopen langs een kerk met de naam “Catedral de las Santas
Hermanas de Santa Clara de Asis” een mond vol maar een kunstige kerstboom van
stof en lampjes sierde de gevel waar de figuren van Maria en een herder de
kerstgedachte uitbeeldde. Van daar naar het centraal in de stad gelegen Park
Vidal waar naast een muziekkoepel vele bankjes staan waarop de lokale bevolking
zit te praten.

Vanavond een gezamenlijke maaltijd met de gasten van de
hostel en dan morgenvroeg om 06:30 uur ontbijten voor de eerste fietsetappe
naar Sancti Spiritus.

 

29-01-2016

Vanmorgen ons eerste Cubaanse ontbijt om 07:30 uur. Er was
toastbrood, kadetjes, jam, kaas, ham, pannenkoekjes, worst, soort kroketjes,
gaballen ei, roerbak ei, fruit en natuurlijk koffie en thee. Buikje rond
gegeten.

De telefoon heeft inmiddels ook weer bereik dus wat
berichtjes naar het thuisfront gestuurd.

We gaan vandaag het schiereiland befietsen. De weg over het
schiereiland is breed, er passeren met grote regelmaat oude amerikanen, bussen
en vrachtwagens maar er is ruimte zat en af en toe toetert er één ten teken dat
hij er langs komt. Naast oude amerikanen ook fiat (polski), lada, fords, enz.
Aan de rechterkant bevind zich de baai van Cardanas, met zijn betonnen stukken
in het water tegen erosie aan de linkerkant de straat van Florida, met z’n
mooie witte zandstranden. Aan die kant zijn ook alle ressorts en hotels
gevestigd.

De eerste cache
gevonden, weer een land erbij, en genoten van het fietsen langs de kust. Koffie
gedronken bij Casa del Café. Er is hier een heus dolfinarium wat we natuurlijk
op de gevoelige elektronische plaat vast gelegd hebben. Af en toe passeert een
“hop on hop off” bus die de toeristen
naar de bezienswaardigheden brengt, die er hier trouwens weinig zijn.

Het is wisselend bewolkt, er staat een redelijke zijwind en
de temperatuur is een graad of vijfentwintig, dus goed te doen.

Bij één van de caches troffen we twee Tsjechische vrouwen
die de cache niet vinden konden. Uiteindelijk is het ons gelukt en we hebben
gezellig staan babbelen. Hun teamnaam is Hanaton en zij waren aan het eind van
hun vakantie. Een vrouw werd ook Winnetoe genoemd, waarom werd ons niet
duidelijk.

Eén van de toeristische attracties is een 500 jr oude
cactus. Een giga dikke stam, bezoek kost 2 CUC pp. Maar was de moeite waard. Of
hij echt zo oud is weten we niet maar hij was indrukwekkend.

Daarna naar de 2de attractie geweest, Area
Protegida Varahicacos of Sendro Cueva Musulmanes. Hier een wandeling van een
dikke twee kilometer gemaakt over rotsachtige grond door ongerepte natuur over
een smal paadje. Was de 5 CUC pp wel waard. In de grotten daar hebben ze het
graf van een oerbewoner, aboriginal, gevonden
in 1985. Deze leefden 2000 jr. geleden op Cuba. Bij het graf ook resten van
potten aangetroffen. Ook waren de grote termietenheuvels op de grond of in de
bomen mooi om te zien. Voor we verder gingen eerst elk een blikje Cubaanse cola
gedronken, een beetje Pepsi achtige smaak. Echte Coca Cola of Pepsi kennen ze
hier niet, geen import vanuit Amerika mogelijk wegens de boycot. Wel is de naam
koffie Americano dan weer vreemd. Maar
dat zal wel gaan veranderen nu het embargo wordt opgeheven.

Plaza America bezocht, een winkelcentrum met winkels waar
kleding en souvenirs verkocht worden en waar restaurants zitten. Daar een
lekkere rijstmaaltijd genuttigd. Een echt Cubaans restaurant was nog gesloten. We wilden de fietsen tegen het hek zetten maar
werden naar de parkeerplaats voor taxi’s gedirigeerd. Daar konden we de fietsen
neerzetten en toen we terug kwamen zat er een man naast de krant te lezen, de
fietsen bewaker. Benieuwd wat hij zou vragen, de spullen op de fiets gedaan en
weggelopen met de fiets. Was dus blijkbaar gratis, wat we niet verwacht hadden.
Of hadden we een fooi moeten geven?

We hebben twee ansichtkaarten gekocht, één van Jarno (voor zijn
verjaardag) en één voor Berd, het fietsmaatje van Trijnie. De postzegels plakten
voor geen meter, dat kon wel eens de
reden zijn waarom iemand 15 kaarten verstuurd had en er maar één aangekomen
was. Er was een postkantoor en toen we het probleem voorlegde lachtte de vrouw
en pakte een soort pritstift. Het was inderdaad een probleem die niet plakkende
postzegels. De kaarten op de bus gedaan
en nu maar kijken of ze over komen.

Onderweg veel vogels gezien, gieren (zwart met rode kop),
wouwen, lepelaars, pelikanen, steltlopertjes, mussen, duiven.

Toen naar het busstation, morgen willen we de 200 km met de
bus doen omdat de weg saai is en we zo wat dagen extra kunnen creëren voor
Trinidad en Havanna. Maar de bus is vol, gereserveerd. Morgenvroeg om 07:00 uur
de gok wagen om te kijken of er plekken geannuleerd zijn. Dus geen ontbijt en
onzeker of we weg komen. Overleg met de keuken gehad, zij kunnen morgenvroeg
06:30 uur wel een lunchpakketje maken. Dan om uiterlijk 06:50 uur op de fiets
en hopen dat er plek is. Anders moeten we dan reserveren voor de volgende dag
en nog een nachtje in Varadero blijven. We zullen het wel weer meemaken.

 

29-01-2016

Helaas hebben G&T geen internet op de locatie waar ze nu zitten,en hadden ze pas midden in de nacht bereik

met hun telefoon,waardoor ik (Sascha) vanmorgen pas om kwart voor negen 2 smsjes kreeg waarin stond dat

ze goed waren aangekomen en dat ze op dit moment in hotel Dos Mares in Varadero zitten.

Hieronder nog even foto''s van op Schiphol en het Hotel waar ze nu zitten.

 

 28-01-2016

Vannacht om 01:30 zou de wekker moeten gaan maar Trijnie had
hem verkeerd gezet. Maar ze werd op tijd wakker. We waren de avond ervoor om
20:00 uur naar bed gegaan en hebben nog wat kunnen slapen.

Renee was er om 02:45 uur en omdat de fietsen en bagage al
in de bus stonden konden we gelijk weg. Probleemloze reis naar Schiphol gehad.

De fietsen ingepakt, ingecheckt, fietsen naar afwijkende
bagage gebracht en door de douane en een hapje eten. We vliegen met TUI in een
dreamliner waar we ruim 10 uur in moeten vertoeven. Onderweg water en warme
maaltijd gratis, rest van de snacks en drinken apart moeten kopen. Voor het
eerst een broodje kroket op 10 km hoogte gegeten. Ook voor het tv-scherpje
moest apart betaald worden, 10 euro, hebben we maar voor één stoel gedaan. We
zaten op de achterste rij stoelen in het middenpad en hadden deze alle drie
voor ons beschikbaar.

We landen probleemloos om 12:30 uur lokale tijd op het
vliegveld van Varadero, deze heeft alhier de naam Juan Gualberto Gómes, een
klein veld met 1 slurf voor het uitstappen. Er bleven mensen in het vliegtuig
zitten omdat deze doorvloog naar Mexico.

Op de luchthaven was het rustig, één aankomst en vertrek
gate, door de paspoortcontrole, waar een foto van onze gezichten gemaakt werd
en werd gevraagd of we onlangs in Afrika geweest waren en of we contact hadden
gehad met mensen die in Afrika geweest waren. We konden even later met stempels
in het paspoort doorlopen. Door de handbagage check heen en op zoek naar de
bagage en fietsen. Probleemloos gevonden, er was immers maar één band.

We werden opgewacht door iemand van het hotel die ons naar
een bus dirigeerde waar de fietsen onderin kwamen. We hadden de hele bus voor
onszelf, omdat we de enige waren met fietsen.

We reden bij het vliegveld weg en gelijk de oude Amerikaanse
auto’s in het straatbeeld. Gaaf. We reden door vlakten met bomen en agaves,
waarboven tientallen roofvogels cirkelden naar Varadero om bij hotel Dos Maros
te worden afgezet. Na het inchecken de spullen naar boven gebracht, het hotel
is 2 verdiepingen hoog, en besloten gelijk de fietsen te monteren.

Ging probleemloos, alles werkte wat toch wel weer een
opluchting is. Trijnie op de fiets naar de bank om geld te wisselen. Ze reed
een soort winkelcentrum in werd direct staande gehouden door een agent. Hij
wees haar de weg naar de bank, bewaakte haar fiets toen ze binnen was. De CUC’s
zijn binnen, we kunnen gaan uitgeven. Bij de bank mocht steeds maar één persoon
naar binnen. Het was even wachten. Cuba is het enige land met twee muntsoorten,
voor de toeristen de CUC en voor de mensen zelf de PUC. Vertel ik later nog wel
wat over.

Toen ze terug kwam had ik mijn fiets ook rijklaar en we
hebben ze bij de hotel ingang gestald. Mochten niet naar boven. Reden volgens
mij is dat de fiets door de nachtwaker bewaakt wordt voor 2 CUC per nacht. Een
leuke bijverdienste.

De eerste kevers zien rijden, tussen de Amerikaanse sleeën
die ons beide doen denken aan Elvis Presley. We gaan er natuurlijk wat op de
plaat vastleggen. Er rijden ook auto’s rond uit de jaren twintig.

Onze kamer bestaat uit een kamer met twee één persoons
bedden, een douche met wc, zonder bril, een hangkast, een rotan bureautje en
een spiegel. Basic maar redelijk schoon.

De bagage uitgepakt en opnieuw geordend, werk van Trijnie die
dat kissebissen lekker vind en ik kijk er graag naar. Naar het winkelcentrumpje
gelopen, wat eterij voor onderweg gescoord en in een En Family een pizza en
rijstgerecht met kip gegeten. Trijnie wilde bacon op pizza en thee om te
drinken. Ober kwam terug er was geen bacon en geen thee. Dus maar wat anders
gekozen. De buikjes weer vol. Geen bereik met de telefoon, het netwerk ligt er
vanaf vanmorgen 10:35 uur uit. Benieuwd of we hier gewoon kunnen sms-‘en als
hij weer in de lucht is. Anders maar simmetje van lokale provider kopen.
Twintig jaar geleden waren we weken niet bereikbaar en nu is het niet prettig
als je een dag niet bereikbaar bent. We zullen het wel zien.

Het weer is bewolkt, het had voor de Varadero inreden
geregend maar het is droog gebleven. Een graad of 25 á 30 is het wel. Lekker
met het zeewindje erbij.

Morgen het schiereiland waarop Varadero ligt verkennen en
wat caches scoren. Er liggen er op heel Cuba 50, waarvan de meeste in de
toeristen plaatsen Varadero en Havanna. Maar eerst de oogjes maar eens
sluiten.

 

28-01-2016

Vanmorgen om 06:00 uur door de fietspoort van het EmmTec terrein en vakantie.

Trijnie pakt de laatste spullen, ik vanmiddag de fietsen zover mogelijk prepareren en dan is het wachten op Renee die vannacht rond 02:45 uur komt om ons naar Schiphol te brengen.

Voor die tijd nog maar even naar bed. 

We zijn er klaar voor.